Ontwikkelingssamenwerking moet ‘op de schop’, betoogt adviseur van regering – niet voor het eerst

The north; Blue; High income economies + High Human Development Index states + G8 + Eastern Europe Developed World Developing World Kingj123, Public domain, via Wikimedia Commons

Ontwikkelingssamenwerking ‘moet op de schop’ om relevant te blijven in een veranderende wereldorde. De prioriteit moet liggen bij investeringen in vier mondiale transities die elk land aangaan: armoede, veiligheid, een leefbare planeet en democratische instituties. Dat schrijft de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV).

Het doorwrochte rapport, dat vandaag aan minister Sjoerd Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking/D66) wordt aangeboden, biedt een nieuwe, maar tegelijkertijd ook vertrouwde kijk op ontwikkelingssamenwerking. Zoals al vaker is betoogd in de afgelopen twintig jaar, moet volgens de auteurs alles anders. Ze stellen vast dat ondanks eerdere hervormingen veel hetzelfde is gebleven in de ontwikkelingswereld.

Zoals de wijze van samenwerken met ‘partnerlanden’ in een wereld die fundamenteel is veranderd en waarin tegenwoordig vele spelers, van China tot de Golfstaten, op de deur kloppen. ‘Het donor-ontvangermodel is achterhaald in een wereld waarin economische en politieke macht steeds breder is verdeeld’, stelt de adviesraad.

Dat inzicht is niet bepaald nieuw – getuige ook de nadruk die Nederlandse kabinetten na eerdere hervormingen zijn gaan leggen op ‘gelijkwaardige relaties’ – maar de omslag is toch nog niet voldoende gemaakt, betoogt de AIV.

‘Het OS-systeem draagt nog altijd de sporen van een paternalistische oorsprong, waarin een rijk Noorden het armere Zuiden ‘helpt’ met geld, kennis en beleidskaders’, stellen de auteurs. Dat patroon is zichtbaar op microniveau, maar ook op macroniveau, ‘waar westerse overheden en organisaties nog vaak de prioriteiten, voorwaarden en spelregels bepalen.’

Oplossing

De oplossing ziet de AIV in ‘meer zeggenschap voor partnerlanden’ en ‘daadwerkelijke overdracht van middelen en zeggenschap naar lokale actoren’.

Er blijven wat de AIV betreft ‘kaders’ voor ‘een nieuw model van internationale samenwerking’, en dat zijn ‘de vier transities waar alle landen, in Noord en Zuid, op hun eigen manier mee te maken hebben’. ‘Zowel Nederland als landen in het mondiale Zuiden staan voor grote uitdagingen op het gebied van werkgelegenheid, AI, energie, klimaat en conflicten’, licht AIV-voorzitter en oud-PvdA-bewindsman Bert Koenders toe. ‘Die moeten we samen aanpakken, met veel meer aandacht voor de prioriteiten en ongelijke uitgangsposities van partnerlanden. Armoedebestrijding blijft daarbij essentieel.’

In hun analyse stellen de auteurs van het rapport dat ontwikkelingssamenwerking ‘wezenlijke resultaten’ heeft bereikt op terreinen die direct raken aan het welzijn van mensen, zoals gezondheidszorg. Ook investeringen in infrastructuur en rampenpreventie hebben concrete resultaten opgeleverd.

Wat de AIV betreft heeft het voorgestelde nieuwe model van samenwerking ook gevolgen voor de Nederlandse maatschappelijke organisaties. Als er ‘directere financiering komt van zuidelijke ngo’s’, ligt de meerwaarde van de Nederlandse ngo’s niet langer ‘primair’ in het ontwerpen en uitvoeren van programma’s in partnerlanden of projectmatige ondersteuning van zuidelijke partners. ‘Hun rol verschuift van budgethouder en financieel intermediair naar kennispartner, verbinder en bondgenoot in het kader van de vier transities.’


fout: