Ahmed Aboutaleb: ‘Ik heb mezelf opgelegd dat ik niet mocht falen’

Als Ahmed Aboutaleb (65) op deze zonnige Prinsjesdag zijn elektrische fiets heeft geparkeerd en in zijn roze polo en op sportschoenen het terras van snackbar De Eekhoorn in het Kralingse Bos op loopt, draaien de blikken in de richting van de oud-burgemeester. Behalve de serveerster spreekt niemand hem aan. Hij bestelt een latte, extra sterk en met zoetjes.

Op 17 oktober is het precies vijftig jaar geleden dat Aboutaleb voor het eerst voet op Nederlandse bodem zette, een ‘bijzonder jubileum’ dat hij markeert met een lezingentour langs Nederlandse theaters en een nieuwe uitgave van Thuis, zijn memoires.

In het boek beschrijft Aboutaleb hoe hij in 1976 met zijn moeder en zusjes zijn vader achterna reist, van het gehucht Beni Sidel in het Marokkaanse Rifgebergte naar een huurwoning in het Haagse Laakkwartier. Vanaf dat moment wijdt Aboutaleb zich vol overgave aan zijn opleiding. Hij loopt buurthuizen af om Nederlandse lessen te volgen, maakt de lts af, dan de mts en vervolgens de hts, wordt journalist bij RTL, woordvoerder, ambtenaar, PvdA-wethouder in Amsterdam en staatssecretaris van Sociale Zaken. Uiteindelijk zal hij vijftien jaar burgemeester zijn van Rotterdam, tot oktober 2024.

Of dat een definitief afscheid is van de politiek, laat Aboutaleb in het midden. Vaak, en graag, heeft hij het in zijn media-optredens en lezingen over het gebrek aan verbindende leiders in de politiek, terwijl hij zichzelf bij uitstek een verbinder noemt. Zijn lezingen doet hij uit het hoofd, een uitgeschreven tekst is er niet, laat zijn uitgever weten. ‘Ik heb een bibliotheek in mijn hoofd, daar zit alles in’, zegt hij. ‘Elke keer begin ik anders. Vandaag zou ik beginnen met Prinsjesdag. We zijn in de afgelopen vijftig jaar ontzettend veel rijker geworden. En toch zie je, op een dag als vandaag, zó veel ontevredenheid.’

Waarom zijn Nederlanders zo ontevreden?

‘Als ik het wist, had ik het toverstokje van Mozes. Ik breek er mijn hoofd over. Mensen herkennen hun straat niet meer, zeggen ze, omdat er vijftig jaar geleden mensen zoals ik zijn komen wonen. Het is zo kortzichtig. We willen de bananen, koffie, de cacao, de grondstoffen voor het maken van onze telefoon, maar de dragers van de culturen waar die dingen vandaan komen, willen we niet. Demografisch is het ook ingewikkeld, zonder migratie, want we krijgen hier weinig kinderen. Duitsland heeft honderden miljarden op de plank liggen voor nieuwe infrastructuur, maar geen mensen om het werk uit te voeren. Stel je voor dat alle schoonmakers, en alle mensen die van onze ouderen de billen wassen, morgen het werk neerleggen. Zeg het maar.’

Op de presentatie van het regeerakkoord werd aan VVD-leider Dilan Yesilgöz gevraagd wat ze de vervelendste maatregel vond uit het coalitieakkoord. Ze had graag meer willen bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, zei ze.

‘Ja. En dat uit háár mond. Als kind van een vluchteling! Ik kijk daar met zeer gemengde gevoelens naar. Hoe rijm je dat met je persoonlijke achtergrond? Geert Wilders, die tijdens een debat zegt dat hij het niet erg vindt als mensen in Afrika wat meer honger hebben, als de boodschappen hier maar goedkoper worden. We zijn diep gezakt. Ik heb heimwee naar een andere tijd, met andere leiders, zoals Ruud Lubbers en Wim Kok, die voor mij monumenten waren. We voeren hier een debat over het toelaten van een paar Palestijnse kinderen die geopereerd moeten worden. Kamerleden vragen zich openlijk af: maar stel dat ze hier blijven? Stel dat ze hier blijven! Van verdriet moet ik erom lachen.’ […]

2010 Een debat met de burgemeesters van de vier grote steden: Jozias van Aartsen, Ahmed Aboutaleb, Aleid Wolfsen en Job Cohen. Jos van Zetten, CC BY 2.0, via Wikimedia Commons

Uw vader woonde jaren in Nederland terwijl de rest van het gezin nog in Marokko was. Wat voor beeld had u van het leven van uw vader hier?

‘Ik dacht dat hij het heel goed had, dat hij een mooie baan had. Ik mat zijn succes af aan hoeveel geld hij maandelijks overmaakte. Toen ik hier op mijn 15de kwam, was mijn teleurstelling maximaal. Ik ontdekte dat zijn Nederlands heel gebrekkig was, zijn vocabulaire was net toereikend om te communiceren met zijn baas. Papa had geen idee van de breedte van het land waarin hij leefde.’

Heeft die extreme teleurstelling ertoe geleid dat u dacht: dit gaat mij niet gebeuren?

‘Ja. Ik kon alleen aan die situatie ontsnappen door alle kansen aan te grijpen. Mijn vader was intelligent, als hij had kunnen studeren had hij een betere positie gehad. Maar in Nederland krijg je als buitenlander vaak meteen een bezem in je handen geduwd. Vrijwel niemand is geïnteresseerd in je talent. Ik had het geluk dat ik docenten had die mijn talent wél zagen.’ […]

In 2003 zei u: ‘Ik geloof dat we alweer over de top van de polarisatie heen zijn.’ Ik neem niet aan dat u dat nog steeds denkt.

‘Het is een golfbeweging. De polarisatie is niet begonnen met Wilders, maar met Frits Bolkestein van de VVD. Hij begon begin jaren negentig al over meerwijverij in islamitische kringen, zei dat nieuwkomers zich moesten aanpassen. Toen dacht men: oké, dit mag gezegd worden. Bolkestein zei op televisie, toen ik wethouder was, dat hij vond dat een praktiserend moslim geen burgemeester kon worden van een grote stad. Hij doelde op mij. Ik had de neiging om me bij dit soort dingen klein te maken. Ach, het is maar Bolkestein. We hebben het nog een keer geprobeerd uit te praten, op initiatief van VVD-minister Frank de Grave, maar Bolkestein was niet groot genoeg om zijn excuses te maken.’

En toen?

‘Alleen echte leiders kunnen hun excuses maken. Soms moet je dingen vergeven en begraven, anders blijft het zeuren.’

Dat anderen uw loyaliteit ter discussie stellen loopt wel als een soort rode draad door uw leven.

‘Allemaal mensen die bang waren om van mij te verliezen. Wilders, die een motie van wantrouwen tegen mij indiende toen ik aantrad als staatssecretaris, vanwege mijn dubbele paspoort. Jan Marijnissen van de SP, die ook vond dat ik mijn Marokkaanse paspoort beter kon inleveren. Marco Pastors van Leefbaar Rotterdam, die me bij mijn beëdiging als burgemeester een lege envelop overhandigde waarin ik mijn Marokkaanse paspoort naar mijn geboorteland kon sturen.’

Het gevoel dat u overviel toen u die envelop in handen kreeg omschrijft u in uw boek als ‘een golf van verbeten trots’. Ik heb het idee dat u dit soort dingen allemaal grondig opslaat en niet vergeet.

‘Nee, maar wel vergeef.’

Ja?

U kijkt geen voetbal.

‘Ik ben geen kuddeloper. Van de week kwam ik met de auto terug uit Amsterdam. Ik stopte bij een benzinepomp langs de A4, om een kop koffie te tanken. En er was een Marokkaanse meneer die langsreed met een wit busje. Op het moment dat ik met mijn koffie in mijn auto wilde stappen, zei hij: ‘Wat rijdt u toch in een ontzettend eenvoudige auto.’’

In wat voor auto rijdt u dan?

‘Een Hyundai met een leeftijd van vijftien jaar. Ik zei: het geld voor een mooie auto gebruik ik liever om mensen in Marokko aan een nieuwe waterput te helpen. Materieel welzijn boeit mij in het geheel niet.’

U staat bekend als law-and-orderpoliticus.

‘Zal ik je daar iets over vertellen? Law-and-order, veiligheid, zijn typisch linkse thema’s. Maar links heeft ze gratis in handen van rechts geduwd. Als ik als Rotterdamse burgemeester op Zuid rondliep, en ik heb daar 136 bijeenkomsten geleid, met burgers, is het eerste wat ik hoorde: we hebben last van drugsoverlast, onze kinderen kunnen niet buiten spelen want het pleintje daar wordt in beslag genomen door criminelen. Wij willen cameratoezicht en meer politie. En wat was het antwoord van PvdA, D66 en GroenLinks, als ik in de gemeenteraad voorstelde om camera’s te plaatsen? Geen steun.’

Aboutaleb vervolgt: ‘Linkse partijen doen er verstandig aan dit geluid veel serieuzer te nemen. Ik ben, en dat lees je ook in mijn boek, in Latijns-Amerikaanse landen geweest vanwege mijn veiligheidsbeleid. Op zeer hoog niveau ontvangen, door staatshoofden. In Costa Rica mocht ik zelfs met de president zijn volk toespreken. Burgemeestertje van Rotterdam. Niet omdat ik een probleem heb met de mensen die vrijdagavond een lijntje cocaïne trekken, maar het waren míjn Rotterdamse kindertjes, die op 13- of 14-jarige leeftijd worden misbruikt om havencontainers open te breken. Míjn Rotterdamse kindertjes. Voor hen was ik er. Dus ik wás helemaal niet rechts op veiligheid, ik was juist links op veiligheid. Het probleem is alleen: linkse partijen hebben het niet door.’

fout: