Een operette van Sjostakovitsj over woningnood? ‘Onder deze muziek zit heel veel ironie’

Een, twee, drie, een, twee, drie. Retteketet, tsjing boem. Is dit muziek van Dmitri Sjostakovitsj? Wie bekend is met de indringende, tragische symfonieën en strijkkwartetten van deze componist en de bloedserieuze foto’s van hem heeft gezien, staat even met de oren te klapperen bij het horen van de ouverture van de operette Moscow Cheryomushki. Is dit een serieus werk?

Dirigent Bassem Akiki begint te lachen. Dat was precies wat hij dacht toen hij zich een jaar geleden ging verdiepen in dit relatief onbekende werk van Sjostakovitsj, nadat De Nationale Opera hem had gevraagd om het te dirigeren.

Onder de walsen zit ironie

Vlak voor de eerste repetitie met het orkest begint, neemt de Libanees-Poolse dirigent in zijn kleedkamer de tijd om over de muziek te praten. “Na al die serieuze muziekstukken schrijft Sjostakovitsj in 1959 opeens walsen en polka’s. Maar dan moet daar een reden voor zijn, dacht ik. En dat is ook zo. Onder deze muziek zit heel veel ironie. Sjostakovitsj neemt een bestaande vorm en geeft die een heel nieuwe betekenis.”

Aanleiding voor ironie is er genoeg in het onderwerp van deze operette: de woningnood in Moskou. In de Moskouse Vogelkerswijk komt een nieuw appartementencomplex. De nieuwe bewoners staan klaar om hun intrek te nemen, maar corrupte projectontwikkelaars maken dat onmogelijk.

De Nationale Opera koos voor de Engelse vertaling, doopte het werk om tot Cherry Town en laat er een familieoperette van maken, geregisseerd door regisseur en mimespeler Jakop Ahlbom met dansers van hiphopcollectief ISH.

Opduiken in keukenkastjes

Tijdens de repetitie dartelen de dansers op de wervelende operetteklanken over het toneel. Ze verdwijnen en verschijnen via deuren en gaten in de muren, duiken op in keukenkastjes, via ovens en gootstenen. Een verhuisdoos met een lamp, een sprei en een foto in een lijstje wordt opgepakt, neergezet, verschoven, weer opgepakt. Elk personage dat de kamer betreedt grijpt naar de doos, waarin de symbolen van individuele huiselijkheid zitten.

ISH COLLECTIEF ACHTER DE SCHERMEN

De bewoners van één appartement, die hoopten eindelijk privacy te hebben, worden overspoeld door andere woningzoekenden die het appartement willen bekijken. Ze dringen een voor een naar binnen, zetten de plant en de lamp op een andere plek, worden door een andere deur weggewerkt, maar als kakkerlakken komen ze uit alle gaten weer tevoorschijn.

Wat kan ik aan dit genre bijdragen?

Absurdisme en slapstick is de taal van Jakop Ahlbom. Het is de derde operaproductie waar de regisseur aan werkt. “Ik moest er wel even over nadenken toen ik werd gevraagd,” vertelt hij in de foyer van het operagebouw. “Wat kan ik aan dit genre bijdragen? Ik hoef niet iets te maken dat anderen al kunnen, en misschien beter dan ik.

“Het voordeel van dit stuk is dat we het sterk moesten inkorten. Een familie-operette mag niet langer dan anderhalf uur duren. Er moest een uur uit. Dat kon door alle gesproken dialogen eruit te halen. We vertellen het verhaal nu via de handelingen op het toneel. Dat doe ik trouwens in nauwe samenwerking met Marco Gerris, die verantwoordelijk is voor de choreografie van de hiphopdansers.

“Volgens mij hebben we nu een mooie boog van anderhalf uur gevormd. Opera heeft de tendens – sorry dat ik dit moet zeggen – om dingen te lang uit te rekken. Dan val je in herhaling. En dat is wat ik absoluut wil voorkomen. Een mooie plek waar je te lang blijft hangen, verliest namelijk zijn schoonheid.” […]

Wie heeft er twee kamers, wie een balkon?

Akiki: “Ik woon in Polen en ben bekend met het communistische klimaat. Als je een appartement wilde, kreeg je in Polen met dezelfde zaken te maken. Met jaloezie: wie heeft er twee kamers, wie een balkon? En met satire, want je kon maar het beste lachen over iets waar toch niks aan te doen was.

“Sjostakovitsj zorgt voor de satire, hij geeft een nieuwe betekenis aan al die walsen. Het belangrijkste thema dat keer op keer opduikt, lijkt ons te moeten hersenspoelen, alsof je gedwongen wordt te geloven in de droom. En dan is er nog een motief dat elke keer opduikt als er corruptie in het spel is. Als je dat glissando van het ene naar het andere akkoord hoort, weet je als luisteraar: daar komt weer een staaltje corruptie aan.”

fout: