Bij de hulplijn melden mantelzorgers zich met ‘een brij aan problemen’. ‘Ze zijn soms echt helemaal verdwaald’

© Loesje

Mantelzorgers krijgen niet genoeg steun, stelt het Sociaal en Cultureel Planbureau. Bij de Mantelzorglijn krijgt Irene Sluis dagelijks vragen van overbelaste mantelzorgers.

Irene Sluis
Medewerker Mantelzorglijn

Ondersteuning voor mensen die voor een naaste zorgen is versnipperd en moeilijk te vinden. Het aanbod verschilt ook nog eens flink per gemeente. Dat stelt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in een lijvig rapport over mantelzorgers, dat deze week verscheen. Gemeenten moeten wettelijk verplicht worden om mantelzorgers een vast basisaanbod van ondersteuning te bieden en de overheid moet dat structureel financieren, stelt het bureau dat de regering adviseert.

Die oproep is Irene Sluis van de Mantelzorglijn uit het hart gegrepen. Zij spreekt bij de hulplijn van belangenbehartiger MantelzorgNL iedere dag mensen die op hun tandvlees lopen. “Mensen hebben vaak geen idee waar ze terechtkunnen of weten überhaupt niet dat er plekken zijn voor mantelzorgers. Er is hartstikke veel: in elke gemeente is er een steunpunt, er zijn cliëntondersteuners en lokale organisaties, maar mensen weten niet dat het bestaat.”

Sluis, zelf ook mantelzorger voor haar ouders op leeftijd, noemt respijtzorg als voorbeeld. “Dat betekent dat iemand anders tijdelijk de zorg van jou overneemt, zodat je ruimte hebt om even bij te komen of bijvoorbeeld even naar de kapper te gaan. Er is vaak geen overzicht van de mogelijkheden, de financiering is onduidelijk en er is lang niet voor iedereen passende respijtzorg. Als je al zo toe bent aan rust als mantelzorger en je wordt van het kastje naar de muur gestuurd, dan is dat niet bepaald helpend.”

600.000 mantelzorgers in de knel

In totaal zijn er zo’n 5,5 miljoen Nederlanders die zorgen voor een naaste. Vooral de 3 miljoen mensen die meer dan 8 uur per week mantelzorgen, ervaren volgens het SCP te weinig steun. Uit eerder onderzoek bleek al dat 600.000 mantelzorgers tegen de eigen grenzen aanlopen. Bijna een half miljoen mensen gaven aan dat hun gezondheid achteruit is gegaan door het mantelzorgen.

Mantelzorgers bellen dan ook met ‘een brij aan problemen’, zegt Sluis. Bij de hulplijn proberen ze die kluwen eerst te ontwarren. “Mensen die ons bellen zijn soms echt helemaal verdwaald. Vaak is het dan al heel fijn om te horen dat ze niet de enige zijn en dat het niet aan hen ligt. En daarna gaan we nadenken over oplossingen. Zo’n gesprek kan wel drie kwartier duren.” […]

Sluis en haar collega’s spreken vaak mensen die niet weten hoe ze mantelzorgtaken met hun werk kunnen combineren. Ze krijgen vragen van werkende mantelzorgers die stukje bij beetje steeds meer zorgtaken op zich nemen totdat ze in de knel raken, of juist van mensen die in één keer geconfronteerd worden met een grote mantelzorgtaak, bijvoorbeeld als de ouders ziek worden.

“Samen kijken we dan wat er mogelijk is”, zegt Sluis. “Mensen kunnen al geholpen zijn als de leidinggevende op het werk op de hoogte is: dat geeft rust. En soms is het mogelijk om meer professionele zorg in te zetten. Maar het blijft natuurlijk zo dat er ook situaties zijn die je niet zomaar even oplost. Wij kunnen alleen even meedenken.”

fout: