Interne documenten tonen aan: Shell kende gebreken oliepijpleiding in Nigerdelta maar pakte die niet aan

Olievervuiling Shell bleef bewust een gebrekkige oliepijpleiding gebruiken in de Nigerdelta waardoor grootschalige olievervuiling kon ontstaan, in strijd met de eigen gedragscode. Het is een van de bevindingen in een op Shell-documenten gebaseerd rapport van acht ngo’s. „Shell heeft zijn aandeelhouders misleid.”

Shell-manager in Shell-interne mail

Het was op 23 mei 2013 dat een hoge manager van Shell zich beklaagde bij een collega. Shell wist „dankzij helikopterpatrouilles en het vermogen drukverschillen te meten” dat oliedieven de Nembe Creek Trunk Line (NCTL), een oliepijpleiding van 97 kilometer in de Nigerdelta, op tientallen plekken illegaal aftapten. De olie die ze zo stalen, werd verderop tot diesel en benzine verwerkt in zo’n honderd raffinaderijtjes, naar de raming van een lokale Shell-werkgroep. Dat had geleid tot vervuiling met olie van, schatte Shell zelf, negenduizend hectare land en evenveel wateroppervlak.

Toch nam Shell „het besluit de olie [door de pijpleiding] te blijven pompen, terwijl het wist van de olielekken, de impact op het milieu en de (…) diefstal”, mailde de Shell-manager. Shell had „het pompen kunnen stilleggen, waar het niet voor koos. Nu het een monster heeft geschapen, komt het huilend naar mij toe.”

Twee maanden eerder had de general manager van SPDC, het toenmalige dochterbedrijf van Shell in Nigeria, al een andere collega gemaild dat de situatie in het gebied „extreem slecht” was, en dat „olie vele kreken [geheel] had bedekt”. „Ik kan niet aanraden zo door te gaan [met het gebruik van de NCTL] tenzij we de situatie op zeer korte termijn drastisch verbeteren.” Maar de pijpleiding een jaar stilleggen om de tappunten te verwijderen en de leiding overal te repareren, zou Shell 194 miljoen dollar kosten, rekende de Shell-werkgroep voor, mede door misgelopen inkomsten uit de olieverkoop.

De oliepijpleiding bleef nog jaren in gebruik. Dat was in strijd met de voor heel Shell Global geldende HSSE-normen – regels voor gezondheid, veiligheid, beveiliging en milieu. Maar het hoofdkantoor van Royal Dutch Shell, zoals het concern toen nog heette, verleende de dochter „vrijstelling” ervan, van mei 2013 tot eind 2016. Intussen bleef Shell uitdragen dat al zijn dochterbedrijven, ook die in Nigeria, zich aan de groepsnormen hielden.

Dit zijn bevindingen uit het dertig pagina’s tellende rapport Nigeria: Lifting the Lid (Nigeria: de deksel van de doofpot) dat acht ngo’s, waaronder Amnesty International en de Stichting onderzoek multinationale ondernemingen (SOMO) op 31 juli hebben gepubliceerd.

advocaat Daniel Leader van Leigh Day

Disclosure

De Shell-documenten waarop ze zich baseerden, maken deel uit van gerechtelijke stukken van het Britse advocatenkantoor Leigh Day, dat 13.652 boeren en vissers vertegenwoordigt van de Bille- en Ogale-gemeenschap in een sinds 2015 lopende rechtszaak tegen Shell. Deze bewoners van de Nigerdelta eisen financiële compensatie voor en opruiming van de olievervuiling. Alleen al in het gebied rond Bille, waar de NCTL-pijpleiding ligt, stroomde tussen 2011 en 2013 olie 86 keer het milieu in.

„We hebben tien jaar geprocedeerd voor we die documenten kregen”, zegt advocaat Daniel Leader van Leigh Day via een videoverbinding. Vorig jaar kwamen ze eindelijk binnen: op last van de rechter kreeg zijn kantoor 300.000 Shell-documenten ter beschikking, vooral interne communicatie van bij SPDC betrokken Shell-functionarissen uit de jaren 2008-2014. 

error: