Nederland vaart af op een faillissement van zijn watersystemen
‘Waterfaillissement’ is geen natuurramp die ons overkomt. Door het aanpassen van het landgebruik, het veroorzaken van versnelde klimaatverandering en het grootschalig onttrekken van water veranderen we zelf onze watersystemen.
De Alpen verliezen in hoog tempo hun gletsjers. Hogere temperaturen in Europa zorgen ervoor dat steeds meer water verdampt. Natuurbranden nemen bossen weg die als ‘groene waterpompen’ werkten. Lagere rivierafvoeren in de Rijn en de Maas en een neerslagtekort zijn het gevolg. Veel van deze veranderingen worden beschreven als onomkeerbaar.
De ‘terugkeer naar normaal’ is dus niet langer aan de orde: het gaat niet om een watertekort of watercrisis, maar om de voorbode van het faillissement van onze watersystemen.
Over de auteur Lars Wiersma werkt bij Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en promoveert aan de Universiteit van Amsterdam op bestuurlijke omgang met waterschaarste.
‘Ondergemiddelde’ rivierafvoeren en een ‘bovengemiddelde’ droge zomer zeggen iets over het verleden, niet over de toekomst. Dit is het nieuwe normaal en we hebben een flexibel maar ook strikt waterbudget nodig. Het hele jaar door.
Rol van de mens
Dat faillissement is geen natuurramp die ons overkomt. Door het aanpassen van het landgebruik, het veroorzaken van versnelde klimaatverandering en het grootschalig onttrekken van water veranderen we zelf de watersystemen. Zelfs de rol van de mens bij de hoge én lage afvoer van de Rijn, die het Nederlandse tekort deels verklaart, blijkt groter dan gedacht.
Ook het beheer van water heeft de mens naar zich toe getrokken en versnipperd. Rijkswaterstaat beheert de grote wateren en verdeelt het rivierwater over de regio’s. De waterschappen beheren de regionale wateren, provincies verlenen grondwatervergunningen, drinkwaterbedrijven maken drinkwater van oppervlaktewater en grondwater, en gemeenten regelen de riolering. Dat is als varen op een schip met vijf kapiteins.
Provincies verlenen vergunningen die gelden voor vastgestelde watervolumes en doorlopen tot in de eeuwigheid. Waterschappen sturen op vastgeroeste peilbesluiten. Elk recht, elke vergunning en elke verwachting berust op veronderstellingen uit een voorbij tijdperk. Is er te weinig water voor die versteende rechten? Dan heet dat een watertekort of een crisis en moet de Nederlandse crisisorganisatie worden opgeschaald.
Voorrang
Pas bij ernstige watertekorten komt de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling bijeen. Een verdringingsreeks bepaalt dan welke gebruiken voorrang krijgen op andere. Dat geldt eerst voor de wateren van Rijkswaterstaat en de waterschappen; provincies mogen grondwater aan de reeks toevoegen. Loopt het verder op, dan neemt het tijdelijke Management Team Watertekorten het over en neemt het zwaardere maatregelen. En daar zit het misverstand: de crisisorganisatie schaalt op alsof het tekort incidenteel is, terwijl het echte probleem – namelijk dat we niet besturen binnen een waterbudget – blijft bestaan.
Water trekt zich niets aan van deze bestuurlijke opschaling. Het stroomt via de Rijn en de Maas naar Nederland en wordt verdeeld over het land of afgevoerd naar zee. Het zijn, om in de termen van faillissement te blijven, de betaalrekeningen. Dagelijks stroomt er water in en geven we het weer uit. We sparen water door het IJsselmeer te vullen en hebben een spaarrekening voor de lange termijn: het grondwater.
Door de gelaagdheid van het Nederlandse waterbeheer voelt niemand zich verantwoordelijk voor het geheel, het waterbudget. Waar Nederland water verdeelt en pas bij schaarste ingrijpt, begint Frankrijk andersom. Eerst wordt vastgesteld hoeveel water duurzaam beschikbaar is (het volume prélevable), daarna pas wordt dat volume verdeeld over de gebruikers. Het land neemt de veranderende omstandigheden hierin mee.
Transitie
Om dat faillissement af te wenden, is een transitie nodig. Allereerst moet de waterverdeling adaptief worden ingesteld. Van natuurlijke systemen is bekend dat ze terugveren, maar watersystemen waarin de mens domineert en zich niet tijdig aanpast, doen dat niet.
‘Ondergemiddelde’ rivierafvoeren en een ‘bovengemiddelde’ droge zomer zeggen iets over het verleden, niet over de toekomst. Dit is het nieuwe normaal en we hebben een flexibel maar ook strikt waterbudget nodig. Het hele jaar door.
Daarnaast is een permanente beheerder van de volledige watercyclus nodig: één kapitein op het schip. Iemand die de betaal- en spaarrekeningen overziet, in de natte winter voldoende spaart en in droge zomers niet te snel of te veel uitgeeft. De rekeningen blijven zo op peil door regenwater te infiltreren en de rivieren minder snel te laten afvoeren.
Zo’n watercyclusbeheerder weegt de belangen van landbouw, natuur, scheepvaart, industrie en drinkwater tegen elkaar af. Want water gaat iedereen aan, ook toekomstige generaties. Zij zitten niet te wachten op onze waterschuld.