‘We zijn te snel verliefd geworden op kernenergie’, zegt deze hoogleraar klimaatethiek

Hoogleraar Behnam Taebi vindt de politieke verwachtingen van kerncentrales te hoog. ‘Zolang we het gebruik van fossiele brandstoffen niet uitfaseren, lossen kerncentrales niets op.’
Alle argumenten over kernenergie heeft Behnam Taebi inmiddels wel voorbij zien komen. Als hoogleraar energie- en klimaatethiek aan de TU Delft houdt hij zich onder andere bezig met ethische vragen rondom kernenergie. Hij kent de bezwaren: het zou veel te duur zijn, gevaarlijk ook, onder andere door het radioactieve afval. Aanhangers prijzen de betrouwbare energie die het levert – en zien kerncentrales vaak ten onrechte als oplossing voor het klimaatprobleem.
We zijn nu eindelijk uit de loopgraven van het ‘ja-of-nee-debat’ gekropen, zegt Taebi. Alleen zijn we nu misschien te veel doorgeschoten naar ‘ja’. “We zijn te snel verliefd geworden op kernenergie”, aldus de hoogleraar. In zekere zin doet het een beetje denken aan de jaren zestig, de periode die voorstanders de ‘nucleaire renaissance’ noemen. Kerncentrales werden toen gezien als dé technologische belofte voor onuitputtelijke en goedkope energie.
‘De oorlog in Oekraïne zorgde hier voor een gascrisis. Het drong door dat energieafhankelijkheid zwak maakt.’
Behnam Taebi, Professor in ethics of technology
Wat klopt er niet?
“Politici maken van het klimaatprobleem steeds een energieprobleem. Alsof we klimaatverandering oplossen door een paar kerncentrales neer te zetten, zo werkt het niet. Zolang we het gebruik van fossiele brandstoffen niet uitfaseren, lossen kerncentrales niets op.
“Zelfs als we inderdaad vier kerncentrales plaatsen, twee grote en twee kleinere, leveren zij slechts een bescheiden bijdrage aan het totale energiesysteem. Ondertussen besteden we heel veel aandacht aan kerncentrales en stoppen we er heel veel geld in.”
Te veel geld, als het aan u ligt?
“Het is niet aan mij om dat te zeggen, ik beschouw mezelf als een kritische duider. Maar feit is dat er 14 miljard euro uit het Klimaatfonds is gereserveerd voor kernenergie. Dat geld gaat dus niet naar andere klimaatgerelateerde onderwerpen, zoals hernieuwbare energie. Politici kijken door een rietje naar de hele energietransitie door zo in te zoomen op kernenergie.”
Het bredere verhaal mist, zegt Taebi. De afbouw van fossiele brandstoffen is prioriteit nummer een. Volgens de hoogleraar moeten er concrete doelen zijn hóé we dat gaan doen.
“We willen klimaatneutraal zijn in 2050 en dat betekent onder andere dat we 90 procent reductie van onze broeikasgassen moeten realiseren in 2040. De toekomst van de energietransitie wijst richting zonne- en windenergie, dat zijn de meest betrouwbare, goedkope en toegankelijke energiebronnen. Daarvoor is grootschalige opslag nodig, dus we moeten vooral praten over investeringen in batterijen of andere vormen van opslag.”

Wat is dan volgens u de rol van kerncentrales in de energietransitie?
“Ik denk dat kerncentrales het best op plekken worden neergezet waar veel behoefte is aan elektriciteit, bij industrieterreinen. Of de kleinere in de scheepvaart, op schepen zelf. De scheepvaart is verantwoordelijk voor ongeveer 3 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot, dus daar valt veel winst te behalen, misschien met een rol voor kernenergie.
“Maar het valt me wel op dat we te snel verliefd zijn geworden op kernenergie. En liefde maakt blind. De politiek moet eerlijk zijn over de risico’s en gevaren van kernenergie. Hoewel de technologie veel veiliger is geworden – de techniek ten tijde van de Tsjernobyl-ramp is inmiddels volledig achterhaald – gaat het nog steeds om centrales met hoge stralingsbronnen. Dat geldt ook voor de kleinere types, de small modular reactors of SMR’s.
Van de ene naar de andere energiebron
Er is een gevaar dat Nederland de ene energiebron over de andere legt. In de negentiende eeuw waren kolen leidend. Die zouden we vervangen door olie en gas, maar nu gebruiken we beide energiebronnen nog. Dreigen we dat ook met kernenergie te doen?
“Alle transities overlappen”, zegt Taebi. “We moeten hernieuwbare energiebronnen uitbreiden én fossiele brandstoffen uitfaseren. Het probleem is: de ene snelheid bepaalt de snelheid van de andere. Daarom moeten we inderdaad prominenter benoemen hoe we stoppen met fossiele brandstoffen. Daar is tijdens de laatste internationale klimaatconferentie nauwelijks over gesproken.
“Hoe gaan we ervoor zorgen dat we die 90 procent reductie van broeikasgassen realiseren? Dat gesprek moet gevoerd worden.”