Evenveel huishoudens kampen met energiearmoede, maar de ernst van de problemen groeit

Energiearmoede Het aantal mensen dat leeft in energiearmoede is in 2025 ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van een jaar geleden, maar vooral aan de randen van Nederland hebben mensen meer moeite met het betalen van de energierekening.
Vorig jaar leefden in Nederland zo’n 503.000 huishoudens in energiearmoede — zo’n 6 procent van de bevolking. Daarmee stagneert de afname van energiearmoede in Nederland, blijkt uit een donderdag gepubliceerde (voorlopige) studie van onderzoeksbureau TNO en statistiekbureau CBS.
‘Energiearm’ ben je met een laag inkomen en hoge energiekosten of een slecht geïsoleerd huis. De onderzoekers spreken van een laag inkomen als dat minder is dan 120 procent van de armoedegrens, die weer afhangt van de gezinssamenstelling.
De laatste jaren nam de energiearmoede juist af. Toen de metingen van TNO en CBS begonnen in 2019, was ongeveer 10 procent van de huishoudens in Nederland energiearm. In 2023 ging het nog om zo’n 4 procent. Die scherpe daling kwam grotendeels door de financiële steun van de overheid naar aanleiding van de energiecrisis in 2022. Maar „sinds het wegvallen van deze maatregelen in 2024 is het aandeel energiearme huishoudens weer gestegen”, valt te lezen in het rapport. In 2025 is het niveau min of meer hetzelfde gebleven. Wel is de groep energiearmen nu kleiner dan in 2021, voor de steunmaatregelen werden ingevoerd.
In 2026 stijgen de energiekosten wereldwijd als gevolg van de Iran-oorlog. Maar of dat betekent dat de energiearmoede dit jaar toeneemt, valt nog te bezien, zegt Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS. Omdat veel huishoudens een vast energiecontract hebben, wordt de prijsstijging van gas nog niet breed gevoeld. Maar, veel mensen moeten ergens dit jaar hun contract vernieuwen terwijl de prijzen hoog zijn. Daarmee zijn de effecten van de Iran-oorlog op energiearmoede in de tweede helft van dit jaar nog onzeker.
Energiearmoede komt, net als eerdere jaren, het vaakst voor in grote steden en in Noordoost-Groningen en Zuid-Limburg. Wie niet kijkt naar het aantal energiearme huishoudens, maar naar de intensiteit van het probleem, ziet dat het probleem het ernstigst is aan de randen van Nederland.