Gedeeld verleden is geen vereiste voor burgerschap

Ze moeten beloven het vaderland voortaan niet meer te beschimpen of āverachtelijk te makenā, de culturele instellingen in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. Dat staat inĀ een verklaring van de rechts-populistische AfDĀ die de instellingen zouden moeten ondertekenen als de partij na de aanstaande verkiezingen 6 september in de deelstaat aan de macht komt. Hoog tijd dat na alleĀ queerā enĀ woke-producties nu ook weer luidkeels de lof van het vaderland wordt gezongen.
Het is een gedeeld verlangen van rechts-revolutionaire bewegingen. De bazuin van het patriottisme schalt al maanden ā en oorverdovend ā door de Verenigde Staten waar het bewind-Trump met decreten en onderzoeken inbeukt op de āactivistischeā musea van het Smithsonian Instituut. Die ādoceren minachting en inspireren walging van onze grote natieā.
Je kon erop wachten. Sommige Smithsonian-musea zijn doorgeslagen in āover-revisionismeā, een eenzijdige correctie op het patriottische triomfalisme dat het nationale zelfbeeld lang beheerste. Een informatiekaart van het Smithsonian over āwitheidā (met als kenmerken onder meer āhard werkenā en rationeel denkenā- alsof dat typisch witte eigenschappen zouden zijn) leidde in 2020 tot een rel en excuses van het betrokken museum. Ophef die uiteraard dankbaar wordt uitgebraad in Trumps culturele revolutie.
Het chauvinistische alternatief dat hij nu aandraagt is vele malen angstaanjagender: een door de staat opgelegd hyper-patriottisme dat drijft op propaganda en aftandse historische clichƩs, gespeend van nuance, complexiteit en ambivalentie. Ook in Nederland zie je die behoefte de kop opsteken bij revolutionair-rechts.
Een āgedeeld verledenā geldt op die flank nu als een van de criteria, of zelfs het belangrijkste, voor wie er hoort bij de nationale gemeenschap. Een middelpuntzoekend criterium dat stiekem drijft op etno-centrische uitsluiting. Maar over welk āverledenā gaat het eigenlijk, en in hoeverre moet dat, als kennis of ervaring, āgedeeldā zijn?
Keer op keer blijkt dat massaās Nederlanders zo goed als niets weten van wat er zich in dit land afspeelde vóór hun geboorte
Eerst dat verleden. Je kunt allerlei ijkpunten nemen om de collectie echte Nederlanders naar wens te laten groeien of krimpen. Je kunt terugrekenen tot de Rijkswet op het Nederlanderschap (1984), de invoering van het algemeen kiesrecht (1917), de Grondwet van Thorbecke (1848), de stichting van het koninkrijk (1815), tot de eerste Statenvergadering (1572) en het Plakkaat van Verlatinghe (1581) ā en dan hebben we het nog alleen over het politiek-staatkundige verleden. Terwijl het natuurlijk gaat om ācultuurā, een notoir lastig begrip.
En wat betekent āgedeeldā? In elk geval niet dat we het allemaal samen hebben meegemaakt. Als Nederlanderschap berust op afstamming of voorouders vallen miljoenen landgenoten af ā en houden we met een beetje pech alleen de versleten provinciale adel over. Bovendien zou dat inhouden dat de Nederlandse cultuur nu is afgesloten ā en alleen nog kan worden voortgezet door mensen met voorouders tot⦠ja, tot wanneer. De inname van Den Briel? Het ontzet van Leiden? Mogelijk is dat wat hardcore nativisten het liefst zouden zien.
Of slaat een āgedeeld verledenā op collectief historisch besef? Als dat zo is, zijn de rapen helemaal gaar, want keer op keer blijkt dat massaās Nederlanders zo goed als niets weten van wat er zich in dit land afspeelde vóór hun geboorte. Ja, de Tweede Wereldoorlog, die met de Duitsers. Maar bij alles wat verder weg ligt beginnen de Keulse klokken zelfs bij De slimste mens al vaak luid te beieren. De verzameling āechte Nederlandersā begint dan angstig klein te worden.
Of houdt āgedeeldā in dat we het over het verleden wel zoān beetje eens zijn? Ook dat is onwaarschijnlijk. Elke historicus weet dat geschiedenis een onuitputtelijke bron van (her)interpretatie is, wetenschappelijk maar ook cultureel en politiek ā de twisten in de VS bewijzen het opnieuw. Dan blijft over dat het verleden ons heeft āgevormdā, een dooddoener die niet meer is dan een herformulering van het probleem.
Een ander voorstel. Natuurlijk is het verleden, in al zijn complexiteit, van immens belang en moet het worden gekoesterd ā vooral in het onderwijs, maar het is geen recept voor burgerschap. Wat Nederlanders geacht worden te ādelenā is een taal en betrokkenheid bij dit land en zijn democratische inrichting. Visies daarop zullen wringen ā en die moet je niet platwalsen onder neoromantische noties van nationale eenheid of een mythisch verleden. Het verleden is een vreemd land, dat we maar met moeite leren begrijpen ā ook het onze.
