Eén datacenter van Microsoft slurpt evenveel stroom als heel Eindhoven. Hoe kan dat op het toch al volle Nederlandse stroomnet?

Netcongestie Eén Microsoft-datacenter in Noord-Holland gebruikt één procent van alle elektriciteit op het Nederlandse net. En de komende jaren komen er nog meer van dit soort hyperscalers bij. Wat betekent dat voor ons stroomverbruik? En waren dit soort megadatacenters niet verboden?
Eén datacenter van Microsoft, een zogeheten hyperscale bij het Noord-Hollandse dorp Middenmeer, gebruikte in 2025 één procent van alle stroom in Nederland. Dat meldde NRC maandag op basis van cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Waar gaat het de komende jaren heen met dat stroomverbruik? En hoe kan het dat er maar datacenters bij blijven komen, terwijl het stroomnet overvol zit? Vier vragen.
1,17 terawattuur, wat moet je je daarbij voorstellen?
Het totale verbruik van het datacenter in Middenmeer is 1,17 terawattuur (TWh), nagenoeg precies 1 procent van het totale stroomverbruik van Nederland (116 TWh). Het hyperscale datacenter is daarmee een van de grootste stroomslurpers van Nederland. Voor zover bekend dan, want Microsofts hyperscale-concurrent Google maakt de cijfers over zijn datacenters niet openbaar.
Om een idee te geven van hoeveel 1,17 TWh is: je kunt er een gemiddelde elektrische auto zo’n 18 miljoen keer mee opladen. Of 480.246 huishoudens een jaar mee van stroom voorzien.
Het is ook bijna evenveel als het verbruik van de hele stad Eindhoven. Alle woningen, bedrijven en openbare instellingen in die gemeente verbruikten in 2024 samen 1,235 TWh, blijkt uit cijfers van de Rijksoverheid.
Wat betekenen die datacenters voor het Nederlandse stroomverbruik?
Het datacenter in Middenmeer is niet het enige grote datacenter in Nederland. Eind vorig jaar meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat er op dit moment zo’n 45 grote datacenters zijn, waarbij „groot” al verwijst naar een stroomverbruik van minstens 10 gigawattuur (0,01 terawattuur) per jaar. Uit onderzoek van nieuwswebsite Nu.nl bleek dat er nog eens 25 grote datacenters gepland staan of al in aanbouw zijn.
Hoewel het aantal grote datacenters tussen 2017 en 2024 ongeveer gelijk bleef, groeide het totale stroomverbruik van deze groep hard. In 2024 verbruikten de grote datacenters samen ruim 4,7 terawattuur elektriciteit. Dat is vier procent van het Nederlandse totaalverbruik, en bijna vier keer zoveel stroom als in 2017.
Netbeheerders denken dat die groei de komende jaren gestaag doorgaat. Tennet, dat het hoogspanningsnet beheert, publiceerde vorige maand bijvoorbeeld scenario’s voor de Nederlandse elektriciteitsvraag tot en met 2035. Voor 2030 verwacht het onder meer dat Nederlandse datacenters 16 tot 20 terawattuur per jaar zullen gebruiken: vier tot vijf keer zoveel als nu.
Er was toch een verbod op hyperscalers?
Zowel de regering als de gemeente Amsterdam hebben geprobeerd om de wildgroei aan datacenters via de wet tegen te gaan. Zo voerde het kabinet-Rutte IV in 2022 een verbod in op hyperscalers. Datacenters met een aansluiting van meer dan 70 MW en een vloeroppervlak van 10 hectare of meer, mochten voortaan alleen nog worden gebouwd in Middenmeer en in de Eemshaven in Groningen.
De gemeente Amsterdam, een gewilde locatie voor datacenters dankzij de aanwezigheid van internetknooppunt AMS-IX, ging een stap verder. In april 2025 verbood de gemeente de bouw van nieuwe datacenters voor een periode van tien jaar. Alleen datacenters die voor 28 december 2023 zijn aangevraagd, kunnen nog een vergunning krijgen.
En het volle stroomnet dan?
In de politiek leiden de plannen tot ophef, omdat veel plaatsen in het land kampen met netcongestie. Daar zit het stroomnet door de toegenomen vraag naar elektriciteit zo vol, dat zelfs woningen jaren moeten wachten op een aansluiting. Waarom krijgen deze datacenters dan wél een aansluiting?
Tennet-woordvoerder Jorrit de Jong begrijpt de ophef. „Maar die mensen zien niet dat zo’n project al jaren in voorbereiding is.” Een stroomaansluiting is volgens hem vaak het eerste dat ontwikkelaars van datacenters aanvragen, omdat het aanleggen ervan jaren kan duren en gemeenten pas een vergunning voor de bouw afgeven als daar zekerheid over is. „Voordat die partijen een datacenter gaan bouwen, staan ze al heel lang bij ons op de wachtlijst.”
Bij aansluitingen op het stroomnet geldt in principe dat wie het eerst komt, het eerst maalt. Maar er zijn uitzonderingen mogelijk, zegt De Jong. Netbeheerders kijken daarvoor naar het zogeheten prioriteitskader, een lijst die bepaalt welke doelgroepen voorrang krijgen als netbeheerders capaciteit op het stroomnet beschikbaar hebben. „Nieuwbouw van huizen staat op die lijst boven datacenters.” Een datacenter dat nog op de wachtlijst staat, moet dus langer wachten dan de woonwijk in de buurt – ook als de aanvraag al jaren geleden is gedaan.