We meten armoede in Nederland niet, we maskeren het

Armoede in Nederland is een veel groter probleem dan uit de officiële cijfers blijkt, betoogt Henk de Graaf, directeur Stichting Armoedefonds. Nederland heeft een bestaanszekerheidscrisis die miljoenen mensen raakt.
Bijna 40 procent van de Nederlandse huishoudens heeft moeite om rond te komen. Een derde maakt zich vrijwel altijd zorgen over geld. En een kwart heeft dit jaar rekeningen niet kunnen betalen. Dat blijkt uit het nieuwe Nibud-rapport dat afgelopen week werd gepubliceerd.
Het zijn niet bepaald cijfers van een land dat armoede grotendeels achter zich heeft gelaten. Toch is dat de indruk die ontstaat wanneer we kijken naar de officiële armoedecijfers: 3,1 procent van de Nederlanders leeft in armoede. Dat staat in schril contrast met de werkelijkheid die het Nibud beschrijft, namelijk dat miljoenen Nederlanders financieel kwetsbaar zijn.
De conclusie is onvermijdelijk: als bijna 40 procent van de huishoudens moeite heeft om rond te komen, terwijl de officiële cijfers suggereren dat armoede een relatief beperkt probleem is, dan meten we het probleem niet. We maskeren het.
Over de auteur: Henk de Graaf is directeur van de Stichting Armoedefonds.
Wachtlijsten

Bij het Armoedefonds horen we al jaren van lokale hulporganisaties dat het aantal hulpvragen stijgt. Een op de acht hulporganisaties werkt inmiddels met wachtlijsten omdat de vraag groter is dan de capaciteit. Tegelijkertijd lieten de officiële armoedecijfers – tot vorig jaar – een constante daling zien. Dit Nibud-rapport bevestigt het weer: er bestaat een grote groep Nederlanders die volgens de statistieken niet arm is, maar wel voortdurend financiële problemen ervaart. Mensen die één kapotte wasmachine, één onverwachte rekening of één huurverhoging verwijderd zijn van serieuze narigheid.
Dat brengt ons bij de kern van het probleem: de manier waarop we armoede definiëren. In de huidige definitie blijven grote groepen mensen buiten beeld. Dak- en thuisloze mensen worden bijvoorbeeld niet meegeteld. Eigen vermogen wordt wel meegerekend, maar problematische schulden niet. Wie een kleine financiële buffer heeft kan boven de armoedegrens uitkomen, terwijl de schuldeisers voor de deur staan.
Bovendien wordt maar deels rekening gehouden met de daadwerkelijke lasten van huishoudens. Bij woon- en energiekosten gebeurt dit wel, maar bij zorgkosten niet. Onbegrijpelijk, want juist mensen met een laag inkomen hebben vaak hogere zorgkosten. Zo’n definitie is dan misschien wetenschappelijk verantwoord, maar zegt bar weinig over de realiteit.
Werkelijkheid
Natuurlijk kun je niet iedere persoonlijke situatie meenemen in een landelijke berekening. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht om zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid te komen. En als dat niet lukt, moeten we ten minste eerlijk erkennen dat de officiële cijfers waarschijnlijk een forse onderschatting zijn van het werkelijke probleem. Want achter die statistieken zitten echte mensen: kinderen die zonder ontbijt naar school gaan, ouders die maaltijden overslaan en mensen die dagelijks leven met stress, schaamte en onzekerheid.

Foto Martijn Beekman en Valerie Kuypers
Het wegdefiniëren van deze werkelijkheid heeft geleid tot een gebrek aan politieke urgentie. In het coalitieakkoord is het terugdringen van armoede een bijzin en de huidige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid toont nog geen grootse ambities op het gebied van armoedebestrijding.
Als 40 procent van de Nederlanders moeite heeft om rond te komen, dan is dat een rode vlag. Daarom doe ik een oproep aan het kabinet: kom met een structureel plan om armoede in Nederland terug te dringen. Zorg voor een armoededefinitie die recht doet aan de werkelijkheid. Maar belangrijker nog: neem maatregelen die mensen in financiële kwetsbaarheid daadwerkelijk vooruithelpen. Maak werk van de adviezen van de Commissie Sociaal Minimum, zorg dat mensen met een laag inkomen kunnen rondkomen én een financiële buffer kunnen opbouwen. En bied lokale hulporganisaties, die vaak als eerste essentiële hulp bieden, de structurele ondersteuning die zij nodig hebben.
Nederland heeft namelijk geen armoedeprobleem van ‘maar’ 3,1 procent, Nederland heeft een bestaanszekerheidscrisis die miljoenen mensen raakt.