Arts en filosoof Bert Keizer: Ik heb nog nooit één mens ontmoet die voor de laatste fase niet had geleden

Arts en filosoof Bert Keizer by Mauritsvink, Public domain, via Wikimedia Commons

In mijn jaren als arts in verpleeghuizen werd daar druk gestorven. Als we zagen dat een leven ten einde liep door een ernstige ontsteking, door ernstige hart- of longproblemen of door kanker, of na de zoveelste nare val, dan kwam er vaak een fase van bedlegerigheid waarin eten en drinken niet meer lukte. Je was dan goed af in het verpleeghuis omdat zowel de verzorgenden als de artsen niet bang waren voor een sterfbed.

Hoezo bang? Nou, in de ziekenhuisgeneeskunde (ik generaliseer, hoor) zijn ze niet zo gek op sterfbedden. Ze zijn daar wel gek op diagnostiek en dus geneigd om je biochemisch en scantechnisch goed in de gaten te houden, ook als dat volstrekt irrelevant is geworden, omdat je aan het doodgaan bent. In het verpleeghuis zijn ze niet zo geboeid door je Kalium of een enzymstijging in je bloed. Ze zijn daar meer bezig met de vraag of je last hebt van pijn, angst, benauwdheid of dat je ernstig in de war raakt in je laatste uren. Dat laatste gebeurt nogal eens, het heet ‘terminaal delier’. Hetzelfde geldt voor de thuissituatie waar de huisarts ervoor zorgt dat je op een draaglijke wijze overlijdt.

Beleid van pijnbestrijding

In de beschreven situatie gingen wij in overleg met de zieke man of vrouw, of in overleg met de familie, over tot een beleid van pijnbestrijding, meestal met behulp van morfine. Soms met wat midazolam erbij. Het moment waarop je daaraan begint, luistert nauw. Goede stervensbegeleiding gaat onder andere over timing. Dat wil zeggen: je moet niet te vroeg met morfine beginnen want dan kan het wel vier of vijf of zes dagen duren voordat iemand overlijdt.

Dat is niet zo erg voor de vertrekkende man of vrouw, maar voor de omstanders zijn dat moeilijke dagen, omdat er geen echte communicatie meer mogelijk is. Zij vragen zich dan ook met stijgende wanhoop af: waar wachten we eigenlijk op, kan dit niet sneller? Het is geen harteloosheid, maar het zet de arts wel onder een lastige druk.

Je kunt ook te laat beginnen met morfine. Als iemand drie uur na de eerste injectie sterft, dan had je misschien wat eerder moeten starten. Met de nadruk op ‘misschien’.

Ik schat dat deze praktijk al zo’n twintig jaar gaande was, toen men wat wij beschouwden als goede stervenszorg ineens ‘palliatieve sedatie’ noemde. In juni 2022 verscheen er dan ook een richtlijn palliatieve sedatie, een document van 96 bladzijden waar ik met enige huiver in bladerde, want ik wist niet dat er zó veel aspecten waren die ik verkeerd kon aanpakken. Waarschijnlijk verkeerd héb aangepakt. Nee, ik vertel u niks, ik kijk wel uit.

Palliatieve sedatie wordt vaak toegepast. In 2015 ging het om 19,9% van alle overlijdens. In 2025 was dat 28%. En je gelooft het niet, maar die toename wordt met zorg bekeken. Ik lees op internet een recente uitspraak van Sabine Netters, palliatief specialist: ‘Zoiets ingrijpends als palliatieve sedatie moet niet te makkelijk worden’. Zij schat dat het in feite om 40% van alle sterfgevallen gaat, toe maar. Netters vindt ook dat ‘elk medisch handelen dat in korte tijd stijgt, dus ook palliatieve sedatie, moet worden onderzocht.’ U ziet de zinloze proefschriften al naderen.

‘Een goede dood is een beheerste dood’

Ineke Visser van het Landelijk Expertisecentrum Sterven meent: ‘Een goede dood is een beheerste dood, zo hebben we als samenleving besloten. We willen geen ongemak. Het is van de zotte dat er op palliatieve sedatie geen toezicht is.’

Zie ik het nou goed dat deze mensen zich zorgen maken over de omstandigheid dat je tegenwoordig veel te comfortabel dood gaat? Is de onderliggende gedachte dat er niet genoeg wordt geleden aan het einde van een mensenleven? Ik heb heel wat mensenlevens in de laatste fase meegemaakt. Ik heb nog nooit één mens ontmoet die, voordat hij of zij die laatste fase in werd geduwd, eigenlijk niet of nauwelijks geleden had. Ik heb evenmin nog nooit een nabestaande ontmoet die terugblikkend op het sterfbed van een geliefde zei: ‘Ze heeft een moeizaam maar ook prachtig leven gehad. Alleen, die laatste dagen, het moet me van het hart, maar ik vind dat ze toen veel te makkelijk aan haar einde is gekomen.’

error: