Internationale Dag tegen Discriminatie en Racisme: In Nederland wordt racisme nog altijd onder het tapijt geveegd

Vandaag is het de Internationale Dag tegen Discriminatie en Racisme. En dat is hard nodig in een land waar we liever om de hete brei heendraaien, stelt Hanneke Felten.
Hanneke Felten is senior onderzoeker op het gebied van effectief discriminatie bestrijden bij Movisie.
Wie al het wetenschappelijk bewijs bekijkt, kan niet anders dan concluderen dat witte mensen vanwege hun huidskleur en afkomst op verschillende terreinen nog steeds betere kansen krijgen. Van het onderwijs tot de arbeidsmarkt en de woningmarkt: daar is brede wetenschappelijke consesus over, zoals professor Keon West concludeert in zijn internationaal beroemde boek The science of racism.
Nederland is hierop geen uitzondering: zo is al verschillende keren wetenschappelijk bewezen dat discriminatie en racisme op de arbeidsmarkt een hardnekkig probleem is. In onze samenleving wordt dit echter nauwelijks erkend, en wel op drie manieren: strategieën die bekend zijn uit de wetenschappelijke literatuur en die onderzoekers op dit terrein duidelijk herkennen in de Nederlandse praktijk.
Strategie 1: Noem het ‘inclusie’ of ‘diversiteit’
Of het nu een school is, een bedrijf, zorginstelling of sportvereniging: de aanpak van discriminatie wordt binnen organisaties nog weinig expliciet zo benoemd. Liever wordt gesproken over inclusie of diversiteitsbeleid. Het argument is dat het een stuk positiever klinkt, omdat discriminatie een zwaar en ongemakkelijk woord is. Dat klopt, maar verschillende onderzoeken laten zien dat er ook risico’s schuilen in zulke bedekkende termen.
Strategie 2: Zeg dat iedereen er een eigen mening over mag hebben
Discriminatie is strafbaar, maar toch hoor je in Nederland vaak dat iedereen daar een eigen mening over mag hebben. Dat is eigenlijk opmerkelijk, bij andere strafbare zaken zoals diefstal of seksueel geweld zeggen we dit ook niet. Daar zijn we gewoon duidelijk over dat dit niet kan. Zo’n duidelijk sociale norm ontbreekt vaak als het gaat om discriminatie, zo schrijft ook de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme.
Strategie 3: Heb het vooral over onbewuste vooroordelen
‘We hebben allemaal onbewust vooroordelen’. Op vrijwel iedere bijeenkomst over het thema is deze uitspraak te horen. Wetenschappelijk gezien klopt dit niet helemaal: stereotypen zijn in zekere zin geautomatiseerd, maar helemaal onbewust zijn ze niet. Het is eerder zo dat we er niet bij stilstaan. Zo zien we in de witte man die het kantoor binnenstapt voor het sollicitatiegesprek, meteen een ‘echte leider’ – zie bijvoorbeeld dit onderzoek hoe we leiderschap associëren met witheid.
Maar daarnaast discrimineren mensen óók vaak heel expliciet en volledig bewust. Uit onderzoek bij het ministerie van Buitenlandse Zaken bleek bijvoorbeeld dat er openlijk en onomwonden racisme op de werkvloer voorkwam. Uitspraken zoals ‘hang ze op aan de hoogste boom’ zijn niet onbewust. Door te benadrukken dat dit discrimineren vooral onbewust gebeurt, lijkt het minder ernstig, waardoor de noodzaak om ertegen op te treden ook kleiner wordt. Het wordt een ‘probleempje’ dat makkelijk onder het tapijt kan verdwijnen.
Evidence-based
Het is de hoogste tijd dat Nederland discriminatie en racisme niet langer met fluwelen handschoentjes benadert. Evidence-based aanpakken bestaan onder andere uit het duidelijk formuleren van sociale normen tegen discriminatie en racisme, het stellen van concrete doelen en het afleggen van verantwoording hierover. Onderzoek ondersteunt nauwelijks de ‘om de hete brij heen draaien’-aanpak die we in Nederland vaak zien. De billen moeten bloot en de handen uit de mouwen: het probleem vraagt om directe en zichtbare actie.
