Eten als jager-verzamelaar in Rotterdam-West: ‘Ik kan die bruine derrie echt niet meer zien’

Eten zoeken Saskia Boer, wildplukker van beroep, at de hele maand september uitsluitend uit het wild. Valt er genoeg te plukken en te stropen in stedelijk Rotterdam?

Je zou het niet zeggen als je Saskia Boer (38) zo op haar knieën in het gras ziet zitten, maar ze overtreedt de wet op deze zonnige septembermiddag. Bosje voor bosje snijdt ze duizendblad uit de berm – ‘onkruid’, zouden de meeste voorbijgangers zeggen. Boer klopt het zorgvuldig af en stopt het in een boodschappentas.  

‘Stroperij’, heet dat volgens het Wetboek van Strafrecht: „Hij die, zonder geweld of bedreiging met geweld tegen personen […], ongeplukte of afgevallen boomvruchten of bladeren, te veld staand gras of te veld staande of na de oogst achtergebleven veldvruchten wegneemt.” 

Wildpluk, in de volksmond. Potentiële boete: meer dan 4.000 euro. Tot 250 gram – „ongeveer een champignonbakje vol”, aldus Staatsbosbeheer – wordt het in de meeste gevallen wel gedoogd, als het voor eigen gebruik is. 

Maar ze heeft aan een champignonbakje niet genoeg. 

Saskia Boer, wildplukker van beroep, als cursusleider en leverancier voor horeca, at in het kader van het internationale onderzoeksproject The Wildbiome Project de hele maand september uit het wild. In het onderzoek, waar internationaal ruim zestig mensen aan meedoen, komen meerdere vragen samen. Allereerst: is het überhaupt mogelijk om voldoende eten uit het wild bij elkaar te sprokkelen binnen een verder ‘normale’ moderne leefstijl? Wat is de impact op de natuur als je dat doet? Oftewel: hoeveel eten heb je precies nodig? En, misschien wel het belangrijkst: is het gezond, zo’n wild dieet? Wat doet het met je microbioom, de verzameling van micro-organismen in en op je lichaam?

Eerst de spelregels van het onderzoek: geen planten of dieren die door de mens zijn aangeplant of worden gehouden om op te eten. Geen eten uit de moestuin of het voedselbos of de supermarkt – geen brood, pasta, rijst, aardappels, suiker, koffie, thee, melk, kaas of eieren, om maar wat pijlers van het gemiddelde westerse dieet te noemen. 

Misschien is een betere vraag wat Boer wél mag eten. Lokale wilde planten, zaden en noten. Paddenstoelen, wild vlees, zeewieren, vis, schaal- en schelpdieren. En het grijze gebied: de aanplant van de gemeente, zoals een sierappeltje of een verwaarloosde walnotenboom. Wel ooit aangeplant door de mens, maar niet per se om te eten. Ruilen of kopen mag, een voorraadje aanleggen ook.

Hoe is het om je eten bij elkaar te moeten sprokkelen als een jager-verzamelaar maar dan, in het geval van Saskia Boer, in Rotterdam-West? NRC volgde haar een maand lang.

[…]

Week 3

Fiets met Saskia Boer een rondje door de stad en je ziet dat werkelijk overal eten groeit: tussen de stoeptegels, langs de oevers van de sloot, op de bomen in de straat. Dan trapt ze plots op de rem en roept ze namen die zo uit een Harry Potter-boek zouden kunnen komen. Kornoelje! Harig knopkruid! Weegbree! Zwavelzwam! Hup, die gaan mee in de fietstas. 

Vandaag maakt ze haar vaste wildplukronde voor het restaurant waar ze aan levert. Voor het grootste deel gaat dat met een ‘boodschappenlijstje’. Boer weet wat ze wil hebben en waar ze daarvoor moet zijn – de sleedoorn langs de grote weg, de daslookknolletjes achter de sportvelden – al houdt ze haar ogen altijd open, bijvoorbeeld voor paddenstoelen. 

Het project blijft zwaar en moeilijk te combineren met haar werk en gezinsleven. Ze blijft moe en het gewichtsverlies is te zien: Boer verloor twee kilo in twee weken tijd.

Uitdaging blijft dat het illegaal is wat ze doet. Een paar bessen krijg je nog wel geplukt zonder op te vallen, maar als je met een schop een mierikswortel uit het plantsoen staat te graven is dat toch een ander verhaal. „Schrijf ook maar niet op waar we precies plukken.”

Dat het niet mag wat ze doet, vindt ze zelf overigens „bullshit”. „Wij zijn net zo goed plaatsgebonden dieren. Waarom zouden wij geen gebruik mogen maken van het ecosysteem waarin we leven?” Zolang dat op een verantwoorde manier gebeurt, natuurlijk. Boer weet precies welke planten er wanneer in overvloed zijn, en welke functie ze in het ecosysteem vervullen.

„Ik houd me niet aan de wet, maar wel aan de ethische wildplukcode.” Pluk alleen als er overvloed is, pluk niet meer dan nodig is, laat genoeg over voor andere dieren, richt geen onnodige schade aan. Het belangrijkst: „Beschouw jezelf als dier in een ecosysteem, in plaats van als consument in een supermarkt.”

Maar wat nou als iedereen dat zou doen, vragen mensen vaak aan Boer. Is er dan wel genoeg? „We hoeven niet met zijn allen volledig over op een wildgeplukt dieet, nee”, erkent Boer. Maar: „We hebben ook nog nooit een tekort gehad aan brandnetel of duizendblad.” Achter haar scheurt een maaiauto in parallelle strepen over het gras, binnen luttele minuten ligt het erbij als een voetbalveld. „Daar plukken wij nooit tegenop.”

a close up of some berries
Photo by Rob Wicks on Unsplash

Hoe word je dat eigenlijk: professioneel wildplukker? „Een burn-out krijgen”, zegt ze, gevolgd door een harde lach. „Ik was vroeger beeldredacteur bij RTL Nieuws, daar raakte ik heel gefrustreerd dat het zo weinig gaat over klimaatinstorting.” 

Tegelijk merkte ze om haar heen dat mensen überhaupt maar weinig met natuur hadden. „Er zijn gewoon volwassenen die nog geen vijf bomen bij naam kunnen noemen, maar ondertussen wel avocado’s eten zonder te weten waar of hoe die groeien. Ik dacht: als ik nou impact wil maken op mijn omgeving, dan moet ik mensen leren wat voor moois er allemaal in onze omgeving groeit en waarom het de moeite waard is om dat te beschermen.”

Dat beschermen is dus niet hetzelfde als er vanaf blijven, benadrukt ze. „Alsof de mens altijd negatieve invloed heeft op ‘de natuur’, die buiten ons zou liggen. Als we onszelf weer zien als natuur – want dat zijn we – dan kun je ook een gezonde wisselwerking aangaan.”

fout: