Staatssecretaris houdt vast aan verbod op verkoop van Solvinity (het bedrijf achter DigiD) aan Amerikaanse firma

Staatssecretaris Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit, D66) houdt vast aan haar verbod op de voorgenomen verkoop van Solvinity (het bedrijf achter onder meer de inlogdienst DigiD) aan de Amerikaanse onderneming Kyndryl. Dat is de uitkomst van een bezwaarprocedure die Solvinity en haar aandeelhouders bij de staatssecretaris tegen het verbod hadden aangespannen.

staatssecretaris van Economische Zaken – digitale economie en soevereiniteit
Foto Martijn Beekman en Valerie Kuypers
Bij de bekendmaking van het verbod, in mei dit jaar, schreef de staatsecretaris dat de overname „mogelijk een risico voor het publieke belang” zou vormen. In politiek, media en publieke opinie had de aankondiging van de verkoop tot ongerustheid geleid, omdat Solvinity onder meer de technologie beheert waarop DigiD en MijnOverheid draaien.
Met behulp van DigiD kunnen burgers veilig online gegevens uitwisselen met onder meer de Belastingdienst, pensioenfondsen, zorgverzekeraars en overheden. Zou Solvinity in Amerikaanse handen komen, vreesden critici van de transactie, dan zouden persoonlijke gegevens over Nederlandse burgers in handen van de Amerikaanse overheid kunnen belanden. Bovendien zou Solvinity diepgaande toegang hebben tot veel en (overwegend zeer) vertrouwelijke overheidsinformatie, omdat het ook diensten verleent aan onder andere het ministerie van Justitie en Veiligheid.
In een brief aan de Tweede Kamer schrijft de staatssecretaris deze dinsdag dat ze het verbodsbesluit heeft heroverwogen, „waarbij opnieuw alle relevante feiten en omstandigheden zijn geanalyseerd en aanvullend onderzoek is gedaan. In bezwaar heb ik opnieuw geconcludeerd dat voorgenomen overname kan leiden tot een bedreiging van het publiek belang”.
Aanvankelijk weigerden Solvinity en grootaandeelhouder Vtruvian Partners, een Brits private equity bedrijf, zich bij het verbod neer te leggen. Vergeefs probeerden zij deze zomer bij de voorzieningenrechter het verbod te laten opschorten, terwijl ondertussen de bezwaarprocedure liep. De rechter besliste in juli dat van een opschorting geen sprake kon zijn. Nu heeft de staatssecretaris er in de bezwaarprocedure voor gekozen vast te houden aan het verbod op de verkoop.