Deze defensiewet kan de sloopkogel worden van onze democratische rechtsstaat
Wetsvoorstel De Tweede Kamer behandelt op dit moment de Wet op de defensiegereedheid. De consequenties voor de leefomgeving, voor natuur en milieu, maar ook voor het recht op privacy zijn zeer ingrijpend, waarschuwen Jesseka Batteau en Stan Baggen.
Weinig mensen zullen van het wetsvoorstel gehoord hebben, laat staan dat ze zich realiseren wat de gevolgen kunnen zijn als het wordt aangenomen, maar de Tweede Kamer behandelt momenteel de Wet op de defensiegereedheid (Wodg). De implicaties zijn verstrekkend. Met de Wodg krijgt defensie carte blanche om belangrijke wet- en regelgeving naast zich neer te leggen, waaronder grote delen van de Omgevingswet, de Wet luchtvaart en de EU-richtlijnen voor soortenbescherming van dieren en planten. De mogelijke consequenties voor de leefomgeving, voor natuur en milieu, maar ook voor burgerrechten – zoals het recht op bezwaar en beroep en het recht op privacy – zijn groot.
Als de wet wordt aangenomen, krijgt defensie de vrije hand om militaire terreinen fors uit te breiden en militaire activiteiten te intensiveren. Dat betekent meer laag overvliegende gevechtsvliegtuigen en -helikopters, meer oefeningen op de Waddenzee, meer nachtelijke oefeningen, meer schietoefeningen (veelal in kwetsbare natuur) en ruimere mogelijkheden voor het gebruik en de opslag van munitie en gevaarlijke stoffen. Stikstofruimte kan geclaimd worden voor de uitbreiding van kazernes, ten koste van bijvoorbeeld infrastructuur, woningbouw en boeren die willen verduurzamen. De minister hoeft alleen maar aan te voeren dat dergelijke activiteiten noodzakelijk zijn voor de inzetbaarheid van de krijgsmacht.

De verhouding met lagere overheden komt door de Wodg onder druk te staan. Provincies, waterschappen en gemeenten hebben geen instemmingsrecht of inspraakmogelijkheden en een omgevingsvergunning is niet langer vereist voor activiteiten van defensie die ten koste gaan van hun verplichtingen ten aanzien van natuur, stikstofruimte, water en woningbouw. Wat gebeurt daarmee als defensie voorrang krijgt? Bovendien hebben burgers en organisaties in de meeste gevallen geen rechtsbescherming tegen activiteiten die schadelijk kunnen zijn voor natuur, gezondheid of veiligheid. De wet gaat daarmee niet alleen ten koste van de goede samenwerking tussen overheden en de rechtsbescherming, maar ook van de beoordeling van de belangen die de Omgevingswet voorschrijft. Dat geeft onzekerheid bij burgers, organisaties en overheden die schade kunnen ondervinden.
Defensie mag met deze wet gegevens verzamelen over politieke opvattingen, genetische data, gezondheid en seksuele geaardheid, ras en etnische afkomst
Op dit moment worden er bestuurlijke afspraken gemaakt met provincies, waterschappen en gemeenten over de ruimtelijke inpassing van alle plannen, waarbij defensie in elk geval de intentie heeft uitgesproken om „zoveel als mogelijk” lokaal rekening te houden met milieu en veiligheid en met natuur, water en bodem. Als de Wodg wordt ingevoerd, kun je je afvragen wat die afspraken nog waard zijn: defensie heeft geen enkele prikkel meer om zich te verbinden aan andere maatschappelijke belangen. De vaak desastreuze gevolgen van militaire oefeningen in natuurgebieden hebben we dit jaar al mogen meemaken, met onder andere grote natuurbranden op de Veluwe en de Oirschotse Heide.

Staatsecretaris van Defensie
Foto Martijn Beekman en Valerie Kuypers
Maatschappelijke ongerustheid
Ook buiten onze leefomgeving is de wet ingrijpend, in het bijzonder voor onze privacy. Defensie mag grote datasets van gevoelige persoonsgegevens verzamelen, opslaan en gebruiken. Dat kunnen zelfs gegevens zijn over politieke en levensbeschouwelijke opvattingen, lidmaatschappen van vakbonden tot genetische en biometrische gegevens, gezondheid en seksuele geaardheid, ras en etnische afkomst, en meer. Die gegevens mogen vervolgens ook met andere landen gedeeld worden. De wettelijke criteria om dit allemaal te mogen doen zijn onduidelijk geformuleerd en voor meerdere uitleg vatbaar. Reden genoeg voor maatschappelijke ongerustheid, zou je denken.
In de Wodg zit nóg een explosieve carte blanche verstopt: ‘de vangnetbepaling’, deze aanvullende bepaling onder artikel 8 geeft de minister van Defensie de mogelijkheid ontheffingen te verlenen voor andere wetgeving. Daarmee kan deze wet, in potentie, dienen als sloopkogel van onze vrije democratische rechtsstaat: wie garandeert dat de wet niet op termijn wordt gebruikt door autocratische krachten om ons hele wettelijke stelsel buitenspel te zetten? Niet voor niets acht de Raad van State deze bepaling vanuit democratisch-rechtstatelijk oogpunt niet passend.
Als ons wettelijk stelsel, burgerrechten en de fysieke leefomgeving worden opgeofferd aan militaire doeleinden, zou defensie weleens een directere bedreiging kunnen zijn voor onze veiligheid dan autocraten in andere landen. Het is hoog tijd voor een breed maatschappelijk debat over de Wodg waarin de belangen van burgers – zoals het recht op privacy en een veilige en gezonde leefomgeving – nadrukkelijk aan bod komen.