Rijksbegroting: Geregeerd door ophef krijgt Nederland een peperduur, belastingluw parkeerterrein voor rijken


columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.
Zoals een groot lieddichter schreef: En ik weet niet wat ik doe-oe, doe-oe / Hoe zijn we hier beland? / Hoe-oe, hoe-oe?
Dat liedje (van Nielson en Miss Montreal, scheelt weer googelen) kreeg ik in mijn hoofd, toen ik een gepijnigde minister Heinen van Financiën deze week in de Tweede Kamer zag terugkrabbelen. Zijn kostbare belastingplannen om vermogende investeerders tegemoet te komen, wilde hij de komende jaren deels laten betalen door spaarders en kleinere beleggers. Daar had de Kamer geen trek in, óók niet de partijen die over zijn plannen op zich enthousiast zijn. Waaronder zijn eigen VVD.
Terug naar de tekentafel dus. Voor de zoveelste keer.
Ik kan me voorstellen dat sommigen het belastingdebat moeilijk kunnen volgen. De technische termen veroorzaken in veel hoofden, waaronder het mijne, kortsluiting. En het debat wordt zoals gebruikelijk gevoerd door beelden op te roepen die aantrekkelijk zijn, afhankelijk van je politieke voorkeur, maar niet per se recht doen aan de werkelijkheid.

minister van Financiƫn
Foto Martijn Beekman en Valerie Kuypers
Centraal staan drie manieren om belasting te betalen over de opbrengst uit beleggingen. De oude manier was dat de overheid verzon (oké, inschatte) hoeveel procent winst beleggers maakten en vervolgens belasting hief over dat verzonnen bedrag. Al jaren waarschuwden rechters dat dat niet mocht, maar zoals de meeste grote problemen werd ook dit vooruitgeschoven tótdat de rechter het zat was en een keiharde grens trok. Daarna moest in paniek iets worden geregeld.
Er is een nieuwe manier die ik voor het gemak ājaarlijks afrekenenā noem. Elk jaar betaalt iemand belasting, mits zijn beleggingen meer waard zijn geworden. De officiĆ«le naam is āvermogensaanwasbelastingā.
De andere nieuwe manier kun je betitelen als āafrekenen bij verkoopā. Je betaalt pas belasting nadat je een belegging hebt verkocht en daadwerkelijk winst in euroās hebt gemaakt. Deze āvermogenswinstbelastingā wil Heinen. Een Kamermeerderheid, alles rechts van D66, is hier ook voor. Maar deze optie levert veel minder belastingen op en invoeren is ontzettend ingewikkeld, want de overheid moet dan gaan bijhouden wat elk aandeel iemand heeft gekost en opgeleverd.
Dus werd besloten om ƩƩrst een paar jaar voor jaarlijks afrekenen te gaan en dƔn alsnog te switchen naar het door rechts felbegeerde afrekenen bij verkoop. De wet waarin dit staat, was na veel werk al door de Tweede Kamer.
En toen, out of the blue, vlak voor het debat over de regeringsverklaring in februari, zei minister Heinen plompverloren voor de camera van RTL Nieuws dat de wet zo toch niet door kon omdat er āiets niet goed is gegaanā.
NRC kwam erachter dat Heinen daar iedereen mee verraste, inclusief zijn coalitiepartners, zijn ambtenaren en zijn staatssecretaris, die belastingen in de portefeuille heeft. In een verklaring zei hij dat de ābrede ophef in binnen- en buitenlandā de aanleiding was geweest.
De krant inventariseerde ook waar die ophef zoal uit bestond: opgewonden Nederlandse techondernemers op LinkedIn. Een hoofdredactioneel commentaar in The Washington Post, eigendom van multimiljardair Jeff Bezos. De Daily Telegraph, die schreef dat investeerders in paniek waren. De onvermijdelijke prins Constantijn, die bij WNL beweerde dat Nederland het signaal afgaf āniet open voor businessā te zijn. En Elon Musk, die de wet ook achterlijk vond.
Sindsdien wordt koortsachtiger dan voorheen gewerkt aan de optie āafrekenen bij verkoopā. Maar van de week bleek dat dat de overheid tot en met 2050 minstens 20 miljard kost. En het kabinet krijgt dat niet gedekt. Zelfs niet met trucs, zoals het doorschuiven van miljardentekorten naar volgende kabinetten.
Zo zijn we hier beland.

Ā© Nyenrode Business Universiteit
In een overtuigend artikel laat hoogleraar belastingrecht Philippe Albert zien (ik haalde hem een aantal columns geleden al aan, ik heb nu dus officieel een lievelingsfiscalist) dat de optie jaarlijks afrekenen meer oplevert voor de schatkist. Die is volgens hem ook minder complex om in te voeren, want de overheid hoeft maar een keer per jaar te controleren wat de waarde van iemands beleggingen is.
Een voor een neemt hij veelgehoorde bezwaren weg. Bijvoorbeeld dat het heel erg zou zijn wanneer iemand belasting moet betalen over een āpapieren winstā en daarom aandelen moet verkopen. Aandelen op de beurs zijn zo makkelijk te verhandelen dat er weinig verschil is met spaargeld, betoogt hij. Een andere waarschuwing die klinkt, is dat buitenlandse investeerders worden afgeschrikt, maar voor hen geldt de wet helemaal niet en daar waren ze ondanks alle kabaal op een gegeven moment heus achter gekomen. Overigens zouden start-ups sowieso uitgezonderd zijn van het ājaarlijks afrekenenā-regime.
Wat als nadeel overblijft van het jaarlijks afrekenen, is dat investeren voor Nederlanders wat minder aantrekkelijk wordt en dat de economie daar last van kan krijgen.
Maar wat staat er tegenover? Wanneer je kiest voor afrekenen bij verkoop, zullen die grotere Nederlandse investeerders de verkoop van beleggingen zo lang mogelijk gaan uitstellen. Fondsen zullen populair worden die eindeloos herbeleggen zonder tussentijds uit te keren en dus zonder dat de belegger belasting betaalt. Je creƫert een belastingluw parkeerterrein voor rijken.
Een ideale route is er nooit, maar mijn afdronk is dat het kabinet onder druk van het kamp-Musk/Constantijn grotere Nederlandse beleggers de ruimte geeft om eindeloos belastingvrij met kapitaal te spelen en dat wij daar allemaal voor moeten bloeden. Met als goedmaker de belofte dat zoiets tot een florerende economie leidt waar het hele land wat aan gaat hebben. Maar hoe, is vaag. Mag daar vóór deze doldrieste, peperdure stap wat meer bewijs voor komen?