‘Elimineren van Palestijns leven’ op Westoever is gecoördineerd en systematisch, stelt Israëlische mensenrechtenorganisatie

Israël is bezig met het „elimineren van Palestijns leven op de Westelijke Jordaanoever”. Tot die conclusie komt de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem in een rapport genaamd The elimination project, dat maandag werd gepubliceerd. De organisatie baseert zich op meer dan tweeduizend recente getuigenissen van Palestijnen (verzameld sinds oktober 2023) en op documentatie en bronmateriaal van de afgelopen dertig jaar.
Volgens de mensenrechtenorganisatie worden acties van Israëlische kolonisten, het leger en de staat nu vaak gepresenteerd als losstaande incidenten, maar zijn die incidenten onderdeel van een brede, gecoördineerde strategie die het Palestijnse leven op de Westelijke Jordaanoever onmogelijk moet maken.
Het „elimineren van Palestijns leven” behelst meer dan alleen fysiek geweld, staat in het rapport. Ook het beperken van bewegingsvrijheid, economische verstikking en politieke en sociale onderdrukking horen bij de strategie. Voor de Israëliërs snijdt het mes aan twee kanten. Enerzijds wordt het Palestijnse bestaan op de Westelijke Jordaanoever steeds verder gefragmenteerd en kwetsbaarder, anderzijds wordt de Israëlische aanwezigheid steeds dieper geworteld en daarmee permanent. Volgens B’Tselem voldoet het hiermee aan de kenmerken van vestigingskolonialisme.
Hoewel de verdrukking van Palestijns leven op de Westoever niet nieuw is, heeft de Israëlische regering de tactieken sinds de aanslagen van Hamas in oktober 2023 geïntensiveerd. Volgens de mensenrechtenorganisatie kan de situatie niet verbeteren door losse incidenten aan te pakken, maar moet er een einde komen aan wat in het rapport wordt omschreven als het Israëlische apartheidsregime. Ook zouden Palestijnen erkend moeten worden „als politieke subjecten, met individuele en collectieve rechten, en niet als een bevolkingsgroep die door Israël of internationale actoren moet worden bestuurd”.