Een goed politiek gesprek over geld

Euro banknotes 2002” by Blackfish is licensed under CC BY-SA 3.0

Ineens bleek politiek toch weer over geld te gaan. Het was even wennen, na al het gepraat over asielopvang en ‘migratiehubs’, maar de VVD botste tijdens de begrotingsonderhandelingen met CDA en D66 over nivellering: „Het minderheidskabinet praatte lang over de fundamentele vraag: herverdelen we als kabinet meer, of juist minder?”, aldus NRC.

Meer of minder herverdelen is zo ongeveer de kernvraag van de politiek, en dit kabinet ontdekt na een half jaar, vlak voor de deadline van de begroting, dat het op dit punt verdeeld is. Het is alsof je na je bruiloft aan je partner vraagt: monogamie, hoe denk jij daar eigenlijk over?

Het hangt samen met een breder euvel: de ondergeschoven positie van geld in het publieke debat. Decennialang stond het herverdelingsvraagstuk centraal in de politiek. Sinds 2002, met een korte onderbreking in de eurocrisis, kwamen migratie en identiteit ervoor in de plaats. Dat zijn geen onbelangrijke thema’s, maar ze hebben minder impact op het leven van de gemiddelde burger. De begroting bestaat voor de helft uit zorg en sociale zekerheid, en daar heeft iedereen mee te maken. Mensen zijn, nog net zozeer als dertig jaar geleden, deel van de verzorgingsstaat: ze betalen belasting, worden werkloos of arbeidsongeschikt, gebruiken hun eigen risico, krijgen thuiszorg. 

Toch blijkt uit het Nationaal Kiezersonderzoek dat de volgende vijf thema’s kiezers het meest verdelen, en het meest samenhangen met stemgedrag: klimaat, ontwikkelingshulp, de opvang van asielzoekers in gemeenten en in Nederland, en de vraag of immigratie de Nederlandse cultuur bedreigt. Kiezers laten zich dus leiden door thema’s die hen minder direct raken dan geld. Hoe komt dit?

Natuurlijk doordat het leven niet alleen om geld draait, én doordat zaken als migratie er wel mee samenhangen. Maar het komt ook, of vooral, doordat sociaaleconomische thema’s niet meer succesvol gepolitiseerd worden. Volgens het Nationaal Kiezersonderzoek interpreteren kiezers in de laatste dertig jaar, en met name tijdens de laatste drie verkiezingen, de links-rechtsverdeling in de politiek vooral „langs ‘culturele’ lijnen van migratie en klimaat”. De vraag in hoeverre de overheid moet nivelleren, bleek minder samen te hangen met stemgedrag.

Als kiezers zich meer zouden laten leiden door sociaaleconomische thema’s, dan zouden ze mogelijk anders stemmen. Mensen die in 2025 op rechtse partijen stemden, namen een middenpositie in bij vragen over sociale woningbouw, het minimumloon en het verminderen van inkomensongelijkheid, aldus het Nationaal Kiezersonderzoek. PVV- en D66-stemmers, op de culturele thema’s tegenpolen, zaten hier beide „net iets links van het midden”. Toch zal geen PVV’er zich ooit links noemen.

De publieke desinteresse voor geld leidt tot twee problemen. Eén: over ingrijpende beleidskeuzes is weinig debat geweest. Denk aan de verkorting van de WW, de verlaging van de WIA-uitkering en de keuze om het begrotingstekort onder de 2 procent te houden. Is daar een democratisch mandaat voor? Officieel wel, want de kiezers hebben gestemd. Maar hebben ze bewust gestemd over deze onderwerpen? Twee: het kabinet leek zélf verrast door de financiële meningsverschillen. Alsof het zich, door de focus op stikstof en migratie, niet kon voorstellen dat zo’n oubollig thema als de sociale zekerheid tot een crisis zou leiden.

De verwarring zag je terug bij Pauw en De Wit afgelopen woensdag, waar presentator Jeroen Pauw aan financieel journalist Martin Visser vroeg: „Rechts kan heel vaak heel links zijn, toch?” Ja, beaamde Visser: „Als je rechts zit van JA21, dan wordt het ineens weer kneiterlinks, om met de VVD te spreken.” VVD-fractieleider Ruben Brekelmans erkende dit dinsdag in Nieuwspoort: „Er ís helemaal geen rechtse meerderheid.” Onhandig dan, dat zijn partijgenoot Eelco Heinen zo’n rechtse begroting in elkaar kluste.

error: