De crisis in het kabinet toont aan dat de burger weer vergeten wordt in Den Haag

© Trouw
Nederland is meer kwijt aan hypotheekrenteaft rek en pensioenaftrek dan er aan belasting op vermogensinkomsten binnenkomt

Commentaar NRC: Chaos rond begroting

Nog nahijgend van het haasten stond CDA-leider Henri Bontenbal afgelopen maandagavond net op tijd in de Rode Hoed in Amsterdam. Hij sprak daar terechte, waarschuwende woorden uit tijdens de HJ Schoolezing. Het ging over het wankele minderheidskabinet, en de slechte verhoudingen in Den Haag. Hij zei: „We komen, als we niet oppassen, in een spiraal terecht waarvan het eindpunt chaos is.”

Het punt was alleen dat Bontenbal zelf onderdeel van die chaos is geworden. De minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA slaagde er maandag maar net in om een akkoord over de begroting van komend jaar te sluiten. Het was een beschamende vertoning, een beangstigende bovendien. Want dit is nog maar de allereerste begroting van het kabinet-Jetten.

De top van de coalitie raakte de afgelopen weken verstrikt in ruzie, achterdocht en frustratie. Centraal stond niet alleen de vraag wat er aan beleidskeuzes moest worden gemaakt, maar ook met welke oppositiepartijen dat zou moeten. De route over links met Pro, de wens van D66, of die over rechts met JA21 en de SGP, wat de VVD wilde.

Het liep volkomen uit de hand. Een kabinetsval, zeiden betrokkenen er later in de week over, hing in de lucht. De regie van de premier was weg. Jetten, de vicepremiers en de fractievoorzitters uit de oppositie en later alleen de coalitie voerden overleg. Minister Eelco Heinen (Financiën, VVD) deed dat ook, maar dan met de financiële woordvoerders uit de oppositie. Het gevolg was dat niemand meer wist wie de leiding had. De oppositiepartijen verdwenen een week geleden zelfs helemaal uit beeld, omdat de coalitie er niet meer uitkwam. De boel implodeerde simpelweg.

Het was een ontluistering van het concept minderheidscoalitie. Zeker voor CDA-leider Henri Bontenbal, die zo had geloofd in de constructie. Hij zag het als een kans voor een opener politieke cultuur, schreef hij in een essay bij aanvang van het kabinet, waarbij de rol van de coalitie kleiner en die van de oppositie groter wordt. En waarbij het normaler wordt om op punten toe te geven, elkaar iets te gunnen. Dat bleek de afgelopen weken een illusie. Het kostte Bontenbal bijna een lezing en Nederland bijna een kabinet. Het kwam uiteindelijk nog net goed.

De gevolgen zijn niet te overzien. Allereerst voor de begroting zelf. Die wordt, zonder dat er vooraf goed onderhandeld is, binnenkort naar de Tweede Kamer gestuurd. Er zit genoeg in om de oppositie gunstig te stemmen, zegt het kabinet, maar dat is nog maar de vraag. Als de Rijksbegroting het niet haalt, heeft het kabinet geen bestaansrecht meer en valt het.

De onderlinge verhoudingen in de coalitie zijn zwaar op de proef gesteld, en met welk doel eigenlijk? De VVD blokkeerde samenwerking met Pro, veruit de meest logische route voor een meerderheid in Eerste en Tweede Kamer. Daar is vast strategisch over nagedacht. Maar de Rijksbegroting is geen plek voor roekeloze acties. Die gaat over ruim 450 miljard euro aan uitgaven, het is geen speeltje voor goedkoop scoren bij de achterban. Eelco Heinen had een conceptbegroting gemaakt die volgens de andere twee coalitiepartijen vooral voor rechtse partijen geschreven was. Dat compliceerde de verhoudingen alleen nog maar verder. Het was gevaarlijk spel van Heinen, politiek onhaalbaar en op intermenselijk niveau ongepast.

De verhouding tussen de coalitie en de oppositie is verzuurd. Oppositiepartijen voelen zich gebruikt, zelfs „gepiepeld”: ze mochten in een eerder stadium opdraven met een lijstje wensen, maar waren verder niet meer in beeld. Maar ook de verhoudingen intern zijn beschadigd. Tussen Rob Jetten en Eelco Heinen, maar ook tussen de fracties en in het kabinet. Het is alleen maar de vraag hóé zwaar.

Maar het ergste is dat de burger al helemaal geen prioriteit had aan de onderhandelingstafel, of -tafels. Burgers verwachten van politiek dat er resultaten geboekt worden, blijkt uit ieder kiezersonderzoek. Juist een politiek midden dat teleurstelt en geen resultaten boekt is een belangrijke voedingsbodem voor populistische en uiterst rechtse partijen. De rol van de VVD in deze begrotingsonderhandeling laat zien dat de partij precies andersom redeneert: ze zien kiezers naar uiterst rechts verdwijnen en denken dat het antwoord ligt in nóg minder presteren. Het zal het politieke midden alleen maar verder uithollen, want de wens van de kiezer is glashelder.

Na het drama rondom het kabinet-Schoof was er onder kiezers behoefte aan politiek zonder al te veel experimenten. Dat leverde de verkiezingswinst van D66 en CDA op en een relatief vlot eerste deel van de formatie. De VVD, die in het vorige kabinet zat, mocht aansluiten. Omdat Pro van de VVD niet mee mocht doen, werd het tóch een experiment: een wankel minderheidskabinet.

Hun constructie heeft nog het meest weg van een Jenga-toren, waarbij steeds gekeken wordt of er nog nét een blokje uitgeschoven kan worden. De drie partijen zijn het verplicht zich verantwoordelijk te gedragen. Anders heeft het politieke midden bij nog meer kiezers afgedaan en jagen zij die kiezers in de armen van uiterst rechts. Daar hoort bij dat ze elkaar de ruimte gunnen, naar de wensen van de oppositie luisteren, de gesloten politieke cultuur opengooien. Dat vindt niet iedereen in Den Haag leuk, maar de burger verdient het.

error: