Als het aan de minister ligt, mag de stoelendans voor huurders weer beginnen

Dancing chairs | Stoelendans” by Mark van Laere is licensed under CC BY-NC-ND 2.0


OPINIE

De stoelendans van de wooncrisis houdt pas op als we stoelen aan de kring toevoegen: door daadwerkelijk te investeren in het bijbouwen van betaalbare huurwoningen.

Elanor Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Foto Martijn Beekman en Valerie Kuypers

Het recht op woonzekerheid en huurbescherming staat binnenkort weer op het spel. Noem het een stoelendans, de winnaar staat in ieder geval vast: helemaal niemand. Twee jaar geleden zorgde de Wet vaste huurcontracten ervoor dat huurders in de private huursector niet meer waren overgeleverd aan een tijdelijk huurcontract. Het recht op zekerheid van een dak boven je hoofd staat helaas alweer op losse schroeven. Binnenkort gaat de regering hier namelijk weer aan morrelen onder het mom van het creëren en behouden van voldoende huuraanbod, terwijl tijdelijke huurcontracten niet aantoonbaar zorgen voor meer beschikbare woonruimte.

Toch wil de VVD weer tijdelijke huurcontracten. Ook wil D66-minister Elanor Boekholt-O’Sullivan meer woononzekerheid voor arbeidsmigranten en wil zij tijdelijke contracten voor alle studenten weer mogelijk maken. In september volgt alweer de volgende stap: de voorstellen van de minister voor verdere uitbreidingen van tijdelijke huurcontracten. Zo bevindt de huurbescherming in Nederland zich opnieuw op een hellend vlak.

Over de auteur: Charlotte Buijtelaar is projectleider bij Woonbond Jongeren. Het stuk wordt onderschreven doordeLandelijke Jongerencoalitie Wonen, een coalitie van de jongerenorganisaties JOBmbo, CNV Jongeren, FNV Young & United, Landelijk Overleg Studentenhuurders (LOS), Landelijke Studenten Vakbond (LSVb), Dakloosheid Voorbij! Jongeren en Woonbond Jongeren.

Huurbescherming

Deze maatregelen zorgen niet voor nieuwe woningen, maar de daadwerkelijke gevolgen van deze politieke keuzes zijn wel bekend. Met een tijdelijk contract kun je naar je huurbescherming fluiten. In een huurmarkt waar ‘voor jou tien (zo niet honderd) anderen’ geldt, accepteer je sneller gebreken. Je zegt minder snel iets over schimmel, een kapotte lift of te hoge servicekosten. Je slikt het gedrag van een intimiderende huisbaas, simpelweg omdat je weet: als ik er iets van zeg, sta ik weer op straat. Zekerheid maakt plaats voor afhankelijkheid. Tijdelijke huurders hebben hun rechten alleen op papier.

En als je huurcontract bijna afloopt, begint de paniek: hoe kom ik aan een nieuwe woning en wat moet ik doen als het niet lukt een nieuwe woning te vinden? Studenten willen hun leven opbouwen, maar tijdelijke huurcontracten dwingen hen tot iets anders. Steeds opnieuw beginnen, steeds opnieuw concurreren, met de reële kans dat het niet lukt en dat je dak- of thuisloos wordt.

Er zijn al talloze voorbeelden van jongeren en ex-studenten met aflopende jongeren- of campuscontracten: zij kunnen geen nieuwe woonruimte vinden en voelen zich in het nauw gedreven. Met de uitbreiding van tijdelijke huurcontracten maak je geen einde aan dakloosheid (een overheidsdoelstelling voor 2030), maar werk je die juist in de hand. Het veroordeelt studenten tot een permanente stoelendans op de woningmarkt: je zet de muziek vaker stil en zet er geen nieuwe stoelen bij.

Woonstress

Juist daarom is er wetgeving gemaakt om tijdelijke contracten te beperken. De gedachte daarachter was helder: wonen is geen product, maar een basisvoorziening. Huurders verdienen zekerheid in plaats van permanente woonstress. Met wat duwtjes in de rug van de vastgoedlobby lijkt die lijn nu alweer te worden verlaten.

Een opvallende politieke draai. Een ruime meerderheid, waaronder D66, was voor de Wet vaste huurcontracten. Nu stelt de eigen minister voor om diezelfde contracten weer mogelijk te maken voor studenten: een kanarie in de kolenmijn. Het voorstel waarmee de minister in september komt, bevat ongetwijfeld ook voor andere groepen een afbraak van hun huurbescherming en hun recht op wonen.

Daarmee staat niet alleen de woonzekerheid van huurders op het spel, maar ook de geloofwaardigheid van het beleid eromheen. Wat blijft er nog over van bestaanszekerheid, wanneer de bescherming van huurders zo makkelijk wordt ingewisseld voor de wensen van de vastgoedsector?

De stoelendans van de wooncrisis houdt pas op als we stoelen aan de kring toevoegen: door daadwerkelijk te investeren in het bijbouwen van betaalbare huurwoningen. Tijdelijke huurcontracten daarentegen zijn een schijnoplossing. Ze wekken de indruk van beweging, maar vergroten in werkelijkheid vooral de onzekerheid. Zo creëren we een stoelendans met alleen maar verliezers.

error: