Opinie: We worden een land van wachtrijen (en inwoners en bedrijven betalen de prijs)

Om ervoor te zorgen dat we niet meer jaren hoeven te wachten op een huis of op een ggz-behandeling, moet de economie meer groeien, betoogt econoom Barbara Baarsma. Investeringen zijn nodig en duidelijke keuzes voor innovatie.

Wie een sociale huurwoning zoekt, wacht jarenlang. Wie specialistische zorg nodig heeft, moet vaak maanden wachten op een afspraak. Er zijn wachtrijen voor ggz-behandelingen, WIA-keuringen, tbs-plaatsen, kinderopvang en asielprocedures. We staan in de file en wachten op treinen die uitvallen door personeelstekorten.
Die wachtrijen hebben dezelfde oorzaak: schaarste. Er zijn meer mensen die iets nodig hebben dan er capaciteit beschikbaar is om daarin te voorzien. Een wachtrij is uiteindelijk niets anders dan een manier om schaarste te verdelen.
Ook bedrijven staan steeds vaker in de rij. Duizenden ondernemingen wachten op een stroomaansluiting en in sommige regio’s zelfs op aansluiting op het drinkwaternet. Veel bedrijven kunnen geen personeel vinden en voor vergunningen lopen de wachttijden op tot jaren.
Economische groei staat onder druk
Als schaarste steeds vaker via wachttijden wordt verdeeld, ontstaat een nieuwe vorm van ongelijkheid. Niet in inkomen of vermogen, maar in toegang. Mensen met veel sociaal kapitaal vinden vaak sneller een weg door het systeem. Zij kennen de juiste specialist, hebben contacten bij de gemeente, of weten via een bevriende makelaar sneller een woning te vinden. De formele regels blijven voor iedereen gelijk, maar de feitelijke toegang wordt steeds ongelijker.
Nederland dreigt een samenleving te worden van wachtrijen. Hoe komt dat? De achterliggende oorzaak is dat Nederland tegen steeds meer grenzen aanloopt. Arbeid, stikstofruimte, water, fysieke ruimte en infrastructuur worden vrijwel volledig benut, en zijn daardoor schaars geworden. Dat beperkt de groeiruimte voor nieuwe activiteiten die veel waarde toevoegen. Het gevolg is dat de economische groei onder druk staat.
Het structurele groeivermogen van de Nederlandse economie is gezakt tot minder dan een half procent per jaar. Dat is ontoereikend. Groei is nodig om de oplopende kosten van vergrijzing, zorg en defensie te financieren.
Inwoners en bedrijven betalen prijs
Groei ontstaat wanneer nieuwe en productievere activiteiten kunnen uitbreiden en minder productieve activiteiten krimpen of zich aanpassen. Economen noemen dat creatieve destructie. Dat klinkt hard, maar we zien het overal om ons heen. Denk aan bedrijven die investeren in digitalisering, automatisering, of AI. Zij kunnen groeien met dezelfde inzet van arbeid. Tegelijk zullen minder productieve activiteiten moeten krimpen of plaatsmaken. Daardoor neemt het groeivermogen toe en ontstaat ruimte voor meer welvaart en voorzieningen.
Dat mechanisme werkt in Nederland steeds minder goed. Dat leidt niet tot een plotselinge crisis maar wel tot een geleidelijke achteruitgang. Een land kan enige tijd interen op eerder opgebouwde welvaart, maar uiteindelijk betalen inwoners en bedrijven een prijs in lagere koopkracht, minder publieke voorzieningen en ook in tijd.
Schaarse ruimte beter benutten
Om dit te voorkomen zijn twee dingen nodig. Ten eerste moet Nederland schaarse ruimte, personeel en milieuruimte beter benutten. Activiteiten die veel ruimte, energie of arbeid gebruiken en weinig waarde toevoegen moeten minder vanzelfsprekend voorrang krijgen dan innovatieve bedrijven die bijdragen aan toekomstige groei.
Verhandelbare stikstofrechten, hogere waterprijzen, centrale regie op de ruimtelijke ordening en een steviger aanpak van arbeidsuitbuiting kunnen daaraan bijdragen. Dat stimuleert verduurzaming, efficiënt grondgebruik en arbeidsbesparende innovaties, en creëert ruimte voor bedrijven die daarin vooroplopen.
Investeringen zijn sluitstuk van begrotingen
Ten tweede moet Nederland meer investeren in zijn toekomstige verdienvermogen. Dat wordt bemoeilijkt doordat de begrotingsregels geen onderscheid maken tussen consumptieve uitgaven en investeringen. Een euro voor zorg, AOW of sociale zekerheid telt begrotingstechnisch hetzelfde mee als een euro voor onderwijs, innovatie of infrastructuur.
Het is electoraal riskant om te bezuinigen op zorg, AOW of sociale zekerheid. Dat voelen mensen direct in hun portemonnee. Bezuinigen op investeringen in de toekomst levert vandaag budgettaire ruimte op, terwijl de schade pas jaren later zichtbaar wordt. Daardoor worden investeringen telkens weer het sluitstuk van de begroting.
Betere keuzes en meer investeringen in de toekomst lonen: we krijgen er kortere wachtrijen voor terug en gelijkere toegang tot voorzieningen.