Van ouderen verlangen dat ze in hun wooncomplexen naar elkaar omzien? Een boodschap meenemen, prima. Hulp bij steunkousen – dat gaat te ver

Seniorenflats Het kabinet kondigde maandag aan 420 miljoen euro extra te steken in de bouw van seniorenwoningen. Onder meer in woongemeenschappen voor ouderen die, als het even kan, elkaar de helpende hand bieden. Onderzoekers namen vier van zulke plekken onder de loep. Ouderen blijken te schipperen tussen verbondenheid en vrijheid en tussen zelfredzaamheid en onderlinge zorg.
Een negentiger in een Amsterdamse seniorenflat zegt zich achter zijn eigen voordeur geregeld eenzaam te voelen „als een farao in een grafkelder”. Bekruipt dat gevoel hem, dan zoekt hij in zijn flat contact. Op de begane grond is een ontmoetingsruimte met een dagelijks program van workshops en activiteiten. „U neemt gewoon de lift en u bent er”, aldus de website van zijn flat. Maar opvallend genoeg gaat de man daar niet heen. Hij verkiest het zitje beneden in het halletje bij de lift waar doorgaans niemand zich lang ophoudt. Behalve hij. Hij neemt plaats, slaat zijn krant open, bladert erdoorheen en kijkt niet op of om. Totdat een medebewoner langsloopt. Dan knoopt hij, de krant opengeslagen, een praatje aan. Dat doet hij met elke passant opnieuw. Over het weer, de boodschappen, iemands nieuwe schoenen.
In een andere seniorenflat in Amsterdam doet een tachtiger iets soortgelijks. Wordt het hem thuis te stil, dan neemt hij de lift naar beneden en „snuffelt” rond in het winkeltje op de begane grond in de hoop iemand tegen het lijf te lopen. „En dan ga ik weer naar boven.”
Waar zijn deze mannen mee bezig? Waarom mijden zij de ontmoetingsruimte? Waarom dat geblader in een krant, dat gesnuffel in een winkeltje?
Deze mannen, schrijven onderzoekers in een recent verschenen onderzoeksrapport over samenleven in seniorenflats, kiezen de route der „terloopsheid”. Mensen komen nu eenmaal niet graag over als sociaal behoeftig. Want dan stel je je kwetsbaar op, terwijl er altijd een kans is op afwijzing en daarmee op „gezichtsverlies”. Dan liever de dekmantel van de krant op schoot of – o ja, stom! – je ‘vergeet’ je melkpak in het winkeltje.
Sociale dynamiek in seniorenflats
De sociale dynamiek in seniorenflats wordt tot in detail uit de doeken gedaan in het rapport, Bouwen aan zorgzame woongemeenschappen in een vergrijzende stad van de Hogeschool van Amsterdam en het Ben Sajet Centrum, een Amsterdamse denktank voor zorgvraagstukken. De onderzoekers namen van 2023 tot 2026 vier Amsterdamse seniorenflats en omliggende buurten onder de loep. Flats waar, zo is de hoop, een levendige gemeenschap van ouderen ontstaat zoals die op talloze plekken in Nederland wordt nagestreefd. Ouderen wonen samen in hofjes, in omgebouwde kerken en boerderijen, in ‘levensloopbestendige’ flats. Telkens met de bedoeling dat ze naar elkaar omzien, onderling hand- en spandiensten verlenen en misschien zelfs een zekere mate van zorg. Immers, het aloude verzorgingshuis is wegbezuinigd en er is een groeiend gebrek aan zorgpersoneel, zeker in het licht van de vergrijzing. Deze maandag maakte het kabinet-Jetten bekend 420 miljoen euro extra te investeren in de bouw van huizen voor ouderen waaronder seniorencomplexen met „gemeenschappelijke woonruimten”.
In hoeverre leiden woonvormen met oog voor gemeenschappelijkheid eigenlijk tot gemeenschapszin? Hoe gaat dat in z’n werk? De onderzoekers verdiepten zich in zogenoemde ‘Lang Leven Thuis-flats’, Amsterdamse seniorencomplexen met voornamelijk sociale huurappartementen. Per flat werken telkens één zorgpartij, één welzijnsorganisatie en één woningcorporatie samen om er met bewoners naar te streven dat zij er tot op hoge leeftijd naar tevredenheid wonen. „Fysiek toegankelijk, veilig, met zorg op maat, leuke activiteiten en gezellige ontmoetingsruimten”, aldus de online toelichting op het concept, dat sinds 2023 werd geïntroduceerd in vier bestaande seniorencomplexen en inmiddels wordt toegepast in twintig flats in de hoofdstad. De onderzoekers spraken met 86 bewoners van gemiddeld 79 jaar oud en met 22 professionals, zoals zorg- en welzijnswerkers.
Mensen is jarenlang voorgehouden dat ze ‘zelfredzaam’ moeten zijn. Ze komen gewoon niet graag over als te kwetsbaar
Jante Schmidt onderzoeker Ben Sajet Centrum
Hun conclusie: het creëren van een flatgemeenschap wordt onderschat. „Er is vooraf niet goed uitgeplozen wat ‘omzien naar elkaar’ met zich meebrengt wanneer je buren ook oud zijn en in sommige gevallen steeds kwetsbaarder, bijvoorbeeld door dementie”, zegt socioloog Jante Schmidt (35), onderzoeker van het Ben Sajet Centrum. Zeker, zegt ze: bewoners in de flats groeten elkaar, bij de lift, op de galerij, bij de brievenbus. Ze knopen praatjes aan, al kennen ze lang niet altijd elkaars naam, maar „die mevrouw met dat kleine hondje” is wel erg sympathiek. Dat terloopse contact mondt ook geregeld uit in wat de onderzoekers „alledaagse attentheid” noemen: ze letten op of bij de buurman de gordijnen ’s ochtends opengaan en ’s avonds weer dicht, ze bellen aan als ze ruiken dat de buurvrouw haar eten heeft laten aanbranden, ze delen de krant, geven bij afwezigheid elkaars planten water.
Ook hulp bij geldzaken wordt vaak gezien als te persoonlijk: je banksaldo gaat de buren niet aan
En zo zijn bewoners voortdurend aan het schipperen: tussen zelfredzaamheid en onderlinge zorg, tussen verbondenheid en vrijheid. „De meeste potentie voor zorgzaamheid in de flat”, schrijven de onderzoekers, „ligt op het snijvlak van alledaagse attentheid en lichte onderlinge zorg.” Denk aan het meenemen van een boodschapje voor je buur, een lamp indraaien, te hulp schieten als iemand zich heeft buitengesloten. Het vragen – of bieden – van lichamelijke hulp, zoals het aantrekken van steunkousen, gaat de meeste bewoners te ver. Ook hulp bij geldzaken wordt vaak gezien als te persoonlijk: je banksaldo gaat de buren niet aan.
De aanwezigheid van professionele zorg- en welzijnsmedewerkers is volgens de onderzoekers essentieel. En dan niet eens zozeer voor het bieden van zwaardere zorg op zich. Alleen al het beséf dat er professionals nabij zijn, verlaagt voor bewoners de drempel om elkaar hulp te bieden. Immers, er is „achtervang” aanwezig aan wie zij de zorg voor de warrige buurvrouw kunnen overdragen zodra die te intensief dreigt te worden.