Integratie kon niet snel genoeg gaan. Waar blijft diezelfde haast als het gaat om inclusie?

© Naeeda Aurangzeb | © Trouw – columnist

Verandering gaat langzaam, tergend langzaam. Dat heb ik niet uit de krant of boeken. Mijn leven is het bewijs. Vrienden zitten ziek thuis, moegestreden. Kinderen van vrienden halen na weer een afwijzing voor een stageplek moedeloos hun schouders op.

Zolang ik me kan heugen heeft ons land de opvatting gehad dat verandering niet snel genoeg kan gaan. Van politici tot journalisten, iedereen wees op het belang van snelle integratie: Nederlandse taal leren, normen en waarden overnemen, en graag iets minder religie. Dat niet iedereen talent voor taal heeft, mocht je niet hardop zeggen. Zeggen dat verandering tijd kost, was vloeken in de kerk. En gedwee deden we dus nog harder ons best.

Binnen twee generaties beschikt bijna iedere vrouw van kleur over een rijbewijs, diploma, baan en een gezonde portie Hollandse assertiviteit. Wij veranderden, pasten ons aan, leerden koorddansen. De instituties bleven staan waar ze stonden. En nu wordt ons verweten dat we te snel gaan. Te snel voor wie?

Wat er eigenlijk wordt bedoeld is: ik heb er geen last van, dus waarom zou er iets moeten veranderen? De witte collega heeft ook een burn-out, maar die is niet veroorzaakt door dagelijks terugkerende racistische uitlatingen van medecollega’s. De witte student moet ook hard werken, maar ligt niet te piekeren of zijn achternaam zich tegen hem zal keren tijdens de sollicitatie.

Traagheid van witte instituten

Dus ja, ik ben ongeduldig. Ik eis dat verandering sneller gaat, omdat mijn nichtjes en neefjes het lijdend voorwerp zijn van de traagheid van witte instituten, werkgevers, collega’s en beleidsmakers. Jarenlang kon integratie niet snel genoeg gaan. Waar blijft diezelfde haast als het gaat om inclusie? Waar blijft de urgentie om racisme uit te roeien?

Geduld is een schone zaak, zeker, maar niet als ze gebruikt wordt als stok om de ander mee te slaan. Uit de mond van wie de macht bezit, klinkt een oproep tot geduld zelden neutraal.

Ook de oproep dat geweld niet tegen elkaar mag worden weggestreept en dat de pijn van de een niet groter is dan die van de ander, klinkt waarachtig. Maar uit de mond van de machthebber, de bezetter of de dictator krijgt die oproep een andere betekenis. Dan ontstaat de schijn van symmetrie en wordt een gesprek over verantwoordelijkheid onmogelijk gemaakt.

God is met de geduldigen, is mij geleerd. En tegelijkertijd heb ik geleerd dat het je uitspreken tegen onrecht een plicht is. Daarom blijf ik geduldig pleiten voor een ongeduld dat noodzakelijk is.

error: