Kabinet drukt straffen voor verheerlijken van terrorisme door: maximaal 2 jaar cel

Het kabinet dient het omstreden wetsvoorstel dat verheerlijking van terrorisme strafbaar stelt in bij de Tweede Kamer. Op het misdrijf komen gevangenisstraffen tot maximaal 2 jaar te staan.
Dat heeft minister David van Weel (Justitie en Veiligheid, VVD) vrijdag aangekondigd na afloop van de wekelijkse ministerraad. Van Weel: ‘Voor het verheerlijken van terroristische misdrijven en het verspreiden van terroristisch gedachtegoed is in onze samenleving absoluut geen plaats. Ook het propageren van zulke boodschappen via sociale media wordt strafbaar. We moeten onze democratie beschermen door hier paal en perk aan te stellen.’
De discussie over een zogeheten apologieverbod gaat terug tot na de moord op cineast Theo van Gogh in 2004. Pogingen het wettelijk vast te leggen, stuitten steeds op juridische bezwaren.
Het nieuwe wetsvoorstel bestaat nu uit drie strafbaarstellingen. Wie in het openbaar een terroristisch misdrijf prijst waarvoor een levenslange gevangenisstraf kan worden opgelegd, riskeert een gevangenisstraf van maximaal 2 jaar of een geldboete. Het gaat dan om het verheerlijken van een terroristische aanslag waarbij doden en gewonden zijn gevallen.
Voorts wordt het verspreiden van materiaal met lovend commentaar op een terroristisch misdrijf strafbaar, bijvoorbeeld beelden van een aanslag. De maximumstraf daarvoor wordt 1 jaar cel of een geldboete.
Ten slotte stelt het wetsvoorstel het in het openbaar betuigen van steun aan verboden terroristische organisaties strafbaar. Het kan dan gaan om het zwaaien met vlaggen tijdens demonstraties of het dragen van symbolen van verboden organisaties, op een manier die anderen ertoe kan aanzetten om de gewelddadige doelen van zo’n organisatie te gaan delen. Steunbetuigingen via (sociale) media vallen daar ook onder. Ook hier is een maximum gevangenisstraf van 2 jaar mogelijk, of een geldboete.

Adviesorgaan
De Raad van State was vorig jaar maart kritisch over het voorstel, maar schoot het niet af. De Raad zag risico’s voor beperking van de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vergadering en vereniging, en de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. ‘Deze vrijheden zijn cruciaal voor onze democratische rechtsstaat, omdat zij waarborgen dat mensen kunnen deelnemen aan het maatschappelijk debat zonder te hoeven vrezen voor strafvervolging’, schreef de Raad.

Minister van Justitie en Veiligheid
Foto Martijn Beekman en Valerie Kuypers
Het was volgens het adviesorgaan daarom noodzakelijk goed te kijken naar eerdere uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin personen zijn bestraft voor positieve uitingen over terrorisme. Daarbij zijn vooral de maatschappelijke context van belang en de vraag in hoeverre uitingen daadwerkelijk anderen aanzetten tot het plegen van geweld.
Van Weel zei vrijdag dat hij de opmerkingen van de Raad van State ter harte heeft genomen, door de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel te vebeteren en de strafmaxima naar beneden bij te stellen. Die zijn teruggegaan van 3 naar 2 jaar, in overeenstemming met de straffen voor groepsbelediging of haatzaaien. Hij wees erop dat de Raad vond dat met deze aanpassingen het wetsvoorstel aan de beide Kamers kan worden voorgelegd.
Historicus Omer Bartov wil Israël redden van ‘verder wegglijden in de afgrond’
Geschiedenis van Israël De Amerikaans-Israëlische historicus Omer Bartov onderzoekt in zijn nieuwe boek hoe het zionisme kon uitlopen in een moorddadige onderdrukkingsmachine. De rauwste vergelijkingen gaat hij daarbij niet uit de weg.

by Bildungsstätte Anne Frank, CC BY 3.0, via Wikimedia Commons
Wat ging er mis? Non-fictie met die vertwijfelde titel is een beproefd genre geworden in de schokkende turbulentie van de eenentwintigste eeuw. De aftrap werd in 2002 gegeven door arabist Bernard Lewis, die na de massamoordaanslag van Al-Qaeda in New York de radicalisering van de islam onder de loep nam in What Went Wrong? Het werd hem niet alom in dank afgenomen – Lewis, politiek conservatief en adviseur van de regering-Bush, werd beticht van oriëntalisme – maar dat er iets goed misgegaan was, viel toch moeilijk te ontkennen.
Wie had toen, met alle ogen nerveus gericht op ‘de islam’, verwacht dat er twintig jaar later een vergelijkbare titel zou verschijnen over het land dat zich graag „de enige democratie in het Midden-Oosten” noemt? Dat boek is er nu, Israel. What Went Wrong?, door de Holocaust-historicus Omer Bartov. Hij is geen analist aan
de zijlijn. Bartov (1954), geboren in een kibboets en hoogleraar genocide-studies aan de Amerikaanse Brown University, waarschuwde in The New York Times al kort na het begin van de oorlog in Gaza dat Israël hard op weg was genocide te plegen – een conclusie die hij een jaar later daadwerkelijk trok. […]
Stichting van Israël
Misschien verbazingwekkend, maar het interessantste deel van zijn boek is niet dat over genocide of antisemitisme, maar Bartovs analyse van de weeffouten bij de stichting van Israël. De onafhankelijkheidsverklaring van de staat in 1948 beloofde gelijke rechten voor alle inwoners, maar een democratische grondwet kwam er toen niet, en ook niet na afloop van de oorlog met de Arabische buurlanden of de decennia daarna.


