Hoe kwam de eerste generatie Molukkers in Nederland terecht?

Een grote groep Molukkers vocht tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) tegen de Japanse bezetter, en bleef aan Nederlandse zijde vechten tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949).
Daarna vielen de in kazernes gestationeerde Molukkers tussen wal en schip. Op de Molukken werd de onafhankelijke Republik Maluku Selatan (RMS) uitgeroepen, omdat men zich daar niet kon vinden in de Indonesische eenheidsstaat. De nieuwe Indonesische regering verbood de KNIL-militairen daarop terug te keren naar de Molukken, uit angst dat ze mee zouden vechten in die onafhankelijkheidsstrijd.
De Nederlandse regering kon hen vanwege een rechterlijke uitspraak ook niet achterlaten waar ze zaten. Daarop haalde zij de KNIL-militairen en hun familieleden naar Nederland. Op 21 maart 1951 arriveerde het eerste schip met Molukkers, de Kota Inten, in Rotterdam. In totaal zouden zo’n 12.500 Molukkers de oversteek maken. Een snelle terugkeer was de bedoeling, maar bleek onmogelijk. Indonesië zag de groep als landverraders en wilde ze niet meer terug. De onafhankelijke Molukse staat kwam er niet.
Waarover zouden de excuses aan de Molukse gemeenschap gaan?
De eerste generatie in Nederland werd niet bepaald hartelijk ontvangen. Veel Molukse militairen vonden het vernederend dat ze bij aankomst in Nederland, het land dat ze loyaal hadden gediend, direct werden ontslagen. De barakken waarin Molukkers – toen nog Ambonezen genoemd – kwamen te wonen waren koud, uitgewoond en bovendien ver weg van de rest van de samenleving: onder meer voormalig doorgangskamp Westerbork en concentratiekamp Vught dienden als zogenaamd ‘woonoord’.
Aanvankelijk mochten ze geen nieuwe baan zoeken, terwijl ze wel grotendeels zelf in hun levensonderhoud moesten voorzien. Ook stak het de Molukkers dat Nederland zich niet erg inspande voor een onafhankelijke Molukse republiek, ondanks de belofte dat wel te doen.
Doordat Nederland de RMS niet erkende, werden de Molukkers – die ook niet zaten te wachten op het Indonesisch staatsburgerschap – statenloos. Veel van hen kozen bewust voor het vreemdelingenpaspoort in plaats van Nederlands staatsburgerschap: ze voelden zich verraden door Nederland.