Het is tijd dat Nederland de ereschuld naar de Caribische gemeenten inlost

Commentaar Trouw 12 mei 2026
Premier Jetten bezoekt deze week Caribisch Nederland. Een moment voor het door hem geleide kabinet om te laten zien dat Den Haag na het kabinet-Schoof weer sámen wil werken met de eilanden. En voor waakhonden van de regering een moment om te laten zien dat Caribisch Nederland nog lang geen gelijkwaardige partner is of kan zijn van de bestuurders in Europees Nederland.

minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Foto Martijn Beekman en Valerie Kuypers
Zo blijkt uit een woensdag gepubliceerd onderzoek van de Algemene Rekenkamer dat de inwoners van de overzeese Nederlandse gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba onvoldoende voorbereid zijn op noodsituaties. Binnen enkele dagen zijn de strategische voorraden aan drinkwater op, na één tot drie weken is het voedsel op, als de bevoorrading stokt. Minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken neemt geen concrete maatregelen om wél extra voorraden aan te leggen, zo liet hij aan de Rekenkamer weten.
Niet gelijk behandeld
Het past in een jarenlang patroon, dat al teruggaat tot 2010, toen Curaçao en Sint-Maarten zelfstandige landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden werden. De eerdergenoemde BES-eilanden werden bijzondere gemeenten. Toch blijkt keer op keer dat deze eilanden niet behandeld worden zoals de gemeenten aan deze kant van de oceaan.
De armoede op de eilanden is omvangrijker én structureler. Op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius leeft ongeveer een derde van de inwoners in armoede, tegen enkele procenten in de gemeenten in Europees Nederland. Een op de vier kinderen groeit op in armoede op de eilanden, tegen zo’n 3 procent in Europees Nederland. In Caribisch Nederland is er nog altijd geen WW voor mensen die hun baan verliezen.

De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) concludeerde eind april al dat de inwoners van Caribisch Nederland structureel achtergesteld worden ten opzichte van de rest van Nederland. Volgens de NCDR ‘faalt’ de Nederlandse staat bij het bestrijden van deze ongelijkheid.
Morele plicht
Jetten sprak al warme woorden over Caribisch Nederland en D66, CDA en VVD namen zich in hun coalitieakkoord voor om het sociaal minimum tussen Caribisch- en Europees Nederland eindelijk gelijk te trekken. Het is de vraag of de 30 miljoen extra die dit kabinet hiervoor uittrekt daarvoor toereikend is. Bovendien lijden de eilanden flink onder de hogere energieprijzen als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten. Opmerkelijk genoeg werden de overzeese gemeenten tijdens het Kamerdebat over steunmaatregelen niet of nauwelijks genoemd.
Het gelijktrekken van het sociaal minimum tussen Europees- en Caribisch Nederland hoéft op de totale rijksbegroting niet eens veel geld te kosten, het gaat immers om een beperkt aantal Nederlanders. Maar belangrijker nog dan dat, heeft Nederland de morele plicht om iets te doen aan de soms schrijnende leefomstandigheden van een deel van zijn ingezetenen. Zeker gezien de lange geschiedenis van achterstelling en discriminatie die de bewoners van Caribisch Nederland met zich meedragen. Dat mag gerust een ereschuld heten.
