Woningdelen voor statushouders ontlast azc’s én de woningmarkt

person holding orange and black banner
Photo by Mika Baumeister on Unsplash

Nederland kampt met overvolle asielzoekerscentra, mede doordat statushouders in azc’s niet kunnen doorstromen naar een reguliere woning. Tijd voor een nieuwe norm: woningdelen.

OPINIE Jeroen Mens en Frank Wassenberg zijn woningmarktdeskundigen bij Platform31.

Gemeenten hebben een wettelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders, maar 70 procent haalt die niet. Daardoor houden mensen die inmiddels een verblijfsstatus hebben gekregen bedden in azc’s bezet, die bedoeld zijn voor nieuwe asielzoekers – wekelijks zo’n achthonderd tot duizend mensen.

Huisvesting voor statushouders concurreert direct met die voor andere woningzoekenden. Zolang er geen alternatieven zijn, blijft het beleid van voorrang voor statushouders bestaan. Die voorrang levert onvrede op. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat twee derde van de Nederlanders geen begrip heeft voor deze voorrang; slechts 10 procent vindt die terecht.

Gezinswoningen

Het probleem zit niet alleen in het tekort, maar ook in het type woningen. De Nederlandse woningvoorraad bestaat vooral uit gezinswoningen, terwijl de meeste woningzoekenden alleen zijn of met twee. Aedes, de vereniging van woningcorporaties, houdt cijfers hierover bij. Circa een derde van de vrijkomende eengezinswoningen gaat naar alleenstaanden, en nog eens bijna een kwart naar stellen zonder kinderen.

Deze woningverdeling geldt ook voor statushouders, veelal jongeren onder de dertig, blijkt uit cijfers van het COA. Ook zij krijgen, net als andere alleenstaande woningzoekenden, regelmatig een zelfstandige (gezins)woning toegewezen. Dat is inefficiënt, onnodig en voedt wrevel bij andere woningzoekenden.

Voor veel alleenstaande statushouders is woningdelen een passende tussenoplossing – zeker vergeleken met een langer verblijf in een azc. 

Voorraadgebruik

Onderzoek van Platform31 uit 2024 laat zien dat als woningcorporaties tien jaar lang slechts 4 à 5 procent van hun woningen inzetten voor woningdelen door alleenstaanden, circa 60 duizend woningzoekenden extra geholpen kunnen worden. Dat is geen marginale ingreep, maar een structureel effect.

Het vraagt wel om gezamenlijke actie: minder belemmerende lokale regelgeving (gemeenten), langere stimuleringsregelingen (Rijk) en aangepaste woningtoewijzing (corporaties en gemeenten). Er zijn inmiddels de nodige handreikingen met praktische kennis, voorbeelden en handvatten.

error: