Schuldhulpverleners willen mensen met een betalingsachterstand al vroeg helpen, maar hoe bereik je mensen die brieven vrezen?

Schuldhulpverlening Ziet een gemeente dat een inwoner achterloopt met betalingen, dan is ze verplicht in te grijpen. Maar op mailtjes of brieven reageren mensen met schulden nauwelijks. Bellen of ze thuis opzoeken werkt wél, vertellen hulpverlener Anna IJdema-Bekema en onderzoeker Anna van der Schors.
Een belletje werkt veel beter dan een brief, bij het benaderen van mensen met betalingsachterstanden. En toch sturen veel gemeenten vaak nog een brief of e-mail. Dat meldt Divosa, een vereniging in het gemeentelijk sociaal domein, in haar jaarrapportage. Telefonisch contact leidt in 62 procent van de gevallen tot een reactie van inwoners. Bij brieven en mails is dat slechts 7 procent.
Gemeenten zijn sinds 2021 wettelijk verplicht inwoners te benaderen die een betalingsachterstand hebben bij hun vaste lasten, zoals de huur, de energierekening en de zorgverzekering. Zo proberen gemeenten te voorkomen dat kleine betalingsproblemen uitgroeien tot problematische schulden. De huidige schuldenproblematiek kost Nederland (aan schuldeisers, gezondheidszorg, hulpverlening, etcetera) minstens 8,5 miljard euro per jaar. Dat bleek in 2024 uit onderzoek van onder andere de Hogeschool Utrecht en het Nibud. Het aantal huishoudens met problematische schulden lag dat jaar op 730.000 – ofwel een op de elf.
Gemeenten ontvingen vorig jaar ruim een miljoen signalen van betalingsachterstanden, ziet Divosa. Ze zochten met ongeveer 814.000 adressen contact, gemiddeld werd slechts een op de vijf inwoners bereikt. Vaak hebben gemeenten onvoldoende capaciteit om inwoners persoonlijk te benaderen, vertelt Anna van der Schors, onderzoeker bij de vereniging. Sommige proberen hen toch met brieven te bereiken.
IJdema-Bekema weet dat het gebrek aan vertrouwen in de overheid een probleem vormt voor mensen met schulden om met de gemeente in contact te komen. Zelf merkt ze daar tijdens haar telefoontjes en bezoeken weinig van. Vertrouwen winnen gaat bij haar „een beetje natuurlijk”. „Van mij hoeven ze niks”, zegt ze. „Als ze geen hulp willen, is dat ook een antwoord. Ik maak geen gespreksverslagen. De drempel om met mij te praten is laag. Ik probeer altijd te zeggen dat het zo goed is dat ze met mij spreken. Dat we samen gaan kijken hoe we de problemen kunnen oplossen. Ik neem het niet van u over, zeg ik dan, we doen het samen.”