Wat we nu via onze betaalapp regelen, ging veertig jaar geleden voor het eerst via een computer thuis


Nu we 24 uur per dag in onze bankapp – geruisloos – onze betaalrekening en spaarsaldo kunnen checken en het geld dat we overmaken direct wordt bijgeschreven, is het bijna niet voor stellen. Maar een paar decennia geleden was er eerst een snerpend en piepend geluid nodig uit een modem, voor iemand zijn of haar saldo kon zien of geld kon overmaken.
Elektronisch betalen via de telefoonlijn, op een computer ter grootte van een kleine verhuisdoos, maakte zijn debuut in 1986, deze vrijdag precies 40 jaar geleden. De Postbank, destijds net geprivatiseerd en inmiddels opgegaan in ING, had de Nederlandse primeur met Girotel.

De eerste officiële transactie geschiedde op donderdag 13 februari ’86 in een zaal vol ‘prominenten’ door Jelle Zijlstra, in de jaren zestig kortstondig premier van Nederland namens de ARP en oud-president van De Nederlandsche Bank. Hij maakte een schenking van 100.000 gulden over aan het comité dat probeerde de Olympische Spelen van 1992 naar Amsterdam te halen. Naar verluidt tikte hij eerst een nul te veel in, maar werd dat net op tijd gecorrigeerd door een medewerker van de Postbank die meekeek.

Dat elektronisch betalen nu door een klant thuis kon worden gedaan, was een revolutie. Het bijschrijven en afschrijven van giro- en bankrekeningen ging tot dan toe op papier, en daarbij kwam ook in de jaren tachtig nog heel veel handwerk kijken. Bij de Postbank, die net zelfstandig was geworden, zaten er nog 1.500 medewerkers overschrijvingen te controleren: klopt het rekeningnummer wel met de naam op de overschrijvingskaart? Het duurde dan ook wel tot vier dagen voor bij- en afschrijvingen waren bijgewerkt op de rekening. Bovendien moest een klant langs op het bankkantoor – of in het geval van de Postbank het postkantoor – of per post de overschrijving versturen.
Er was aan de achterkant al wel flink geautomatiseerd vanaf 1920, met een grote vlucht in de jaren zestig en zeventig door de ontwikkeling van de computer. Klanten konden hun overschrijvingen doen op ponskaarten en later overschrijvingskaarten, waarop ze zelf rekeningnummer en naam moesten invullen. In grote computers, ter lengte van een klaslokaal, werd eerst het werk van de typisten gecontroleerd die het handschrift verwerkten tot ponsgaatjes of later getypte cijfers. Daarna ging dat andersom en controleerden mensen het inleeswerk van computers.