Kabinetsformatie 2026: De AOW verdient meer discussie dan Jetten van plan is

Minister Ko Suurhoff (r) reikt in 1957 het eerste ouderdomspensioen uit aan A. Bakker, een dan 70-jarige oud-belastingambtenaar. Foto Joop van Bilsen/National Archief

COMMENTAAR NRC

AOW Het aanstaande kabinet wil het een-op-een-verband tussen de levensverwachting en de pensioenleeftijd herstellen. Het is beter daar nog even over na te denken.

Moet de AOW-leeftijd een-op-een gelijk opgaan met de levensverwachting? Volgens het coalitieakkoord van het aanstaande kabinet van D66, CDA en VVD wél. De vergrijzing bereikt pas rond 2040 een hoogtepunt. Tot die tijd staan er elk jaar steeds minder werkenden tegenover een groeiende groep gepensioneerden. De hogere kosten moeten worden opgebracht door een relatief krimpende basis. Waarom het cohort gepensioneerden niet trager laten groeien? 

Wat een relatief simpel voornemen was, leek meteen al te ontsporen. Vorige week dreigde aanstaand premier Jetten meteen al in het nauw te raken toen een motie die zich uitsprak tegen het voornemen in het coalitieakkoord om de pensioenleeftijd gelijk te laten opgaan met de levensverwachting bijna door de Tweede Kamer werd aangenomen. 

Het illustreert hoe gevoelig de kwestie ligt. Zeker omdat in 2019 de vakbonden juist over de streep werden getrokken bij de onderhandelingen over het nieuwe pensioenstelsel, door de pensioenleeftijd maar voor twee derde te laten toenemen in verhouding tot de stijging van de levensverwachting. Het terugkomen op die afspraak – gemaakt door VVD en D66 zelf overigens – terwijl de pensioenhervorming al onomkeerbaar is, is op zijn minst niet chic.

De één-op-één-variant lost ogenschijnlijk een flink deel van de toekomstige problemen op: de verhouding tussen werkenden en gepensioneerden loopt er minder snel door uit de hand. Maar de bezwaren tegen een versnelde stijging zijn eveneens legitiem. Voor mensen met zware beroepen is nog langer doorwerken vaak problematisch. Daar bovenop komt het bezwaar dat de resterende levensverwachting na het pensioen van mensen met een lager inkomen vaak minder hoog is. Zij kunnen minder jaren genieten van de oude dag, en van die jaren verkeren zij er minder in goede gezondheid.

Er zijn andere oplossingen: het verder ‘fiscaliseren’ van de AOW, waarbij bijvoorbeeld gepensioneerden zelf meer gaan afdragen. Of een financiering via het belasten van vermogen. Want er dreigt een groep ouderen te ontstaan die het goed voor elkaar heeft en een groep die in de verdrukking komt. 

error: