Wordt 2026, na een decennialange genderkloof, eindelijk het langverwachte jaar van de vrouwelijke kunstenaars?

Nog niet eens zo lang geleden bestond de kunstwereld vooral uit witte mannen. Dat lijkt flink te zijn omgeslagen, en in 2026 zullen grote solotentoonstellingen van vrouwelijke kunstenaars te zien zijn. Maar zijn de scheve verhoudingen nu ook daadwerkelijk rechtgetrokken?
‘Wat een salamifeest’, verzuchtte de Amerikaanse kunstcriticus Jerry Saltz bij de foto die hij in december op Instagram deelde. Het ging om een voorkant van New York Times Magazine uit 1993.
Daarop zijn twaalf mannen te zien, met prominent vooraan galeriehouder Arnold Glimcher van de Amerikaanse Pace Gallery. Om hem heen staan en zitten zijn ‘sterren uit de kunstwereld’, kunstenaars als Donald Judd en Claes Oldenburg. Het bijbehorende artikel belooft duidelijk te maken hoe Glimcher ‘van verkopen een kunst maakte.’
Een nogal eenzijdige kunst, dat wel. De foto komt duidelijk uit een ander tijdperk, toen witte mannen nog de dienst uitmaakten in de kunst.
Niet dat toen niemand dat doorhad. Kritiek op de foto was er meteen al. Een ingezonden brief liet teleurgesteld weten dat de foto een ‘helaas accurate weergave’ bood van hoe het met vrouwen en minderheden in de VS was gesteld.
Een andere briefschrijver hoopte dat de feministische kunstactiegroep Guerrilla Girls met deze tijdschriftcover aan de haal zouden gaan. Dat deden ze, op een poster gaven ze onder een foto van het tijdschrift hun diagnose: ‘hormonale disbalans’ en ‘melaninetekort’.
Wereldvreemd
Natuurlijk leidt de kunstmannenfoto nu opnieuw tot verbazing en verontwaardiging. Ook bij mij. Hoe is het mogelijk dat de kunstwereld relatief kort geleden zo beperkt, zo volslagen wereldvreemd was? Wat voor gemankeerde tentoonstellingen moet dat opleveren, als alleen witte mannen hun creativiteit met de wereld deelden?
Gelukkig zijn de tijden veranderd. De bekende Engelse kunstenaar Tracey Emin (net als Saltz fervent instagrammer) reageerde op de foto met een kort: ‘Zou nu nooit gebeuren.’
Ze heeft gelijk. Sterker nog, dit jaar valt het grote aantal solotentoonstellingen van vrouwelijke kunstenaars op. Het salamifeest hebben we ver achter ons gelaten.
Vrolijk stemmend
Zo krijgt Tracey Emin zelf een uitgebreide overzichtstentoonstelling in Tate Modern in Londen. En later zijn in Londen bijvoorbeeld tentoonstellingen te zien van Frida Kahlo (Tate Modern), Ana Mendieta (Tate Modern), Michaelina Wautier (Royal Academy) en Cecily Brown (Serpentine).
Shilpa Gupta krijgt een solo in Berlijn in Hamburger Bahnhof, Lorna Simpson exposeert bij de Pinault-collectie in Venetië, Marina Abramovic is daar te zien bij de Gallerie dell’Accademia. En Sophie Calles werken kunnen we vanaf het najaar bewonderen in Humlebæk (Denemarken) en in Berlijn.
In Nederland hangen Amrita Sher-Gils schilderijen straks in het Drents Museum en komt Yayoi Kusama’s kunst naar het Stedelijk Museum in Amsterdam.
Het is een ongelooflijk vrolijk stemmende opsomming. Het is het gevolg van een ontwikkeling die sinds eind jaren nul van deze eeuw in een stroomversnelling kwam. Er is steeds meer aandacht voor vrouwelijke kunstenaars. Feminisme wordt in tentoonstellingen gevierd en vrouwelijkheid gethematiseerd.
Daardoor kwamer er ook veel vrouwengroepstentoonstellingen. Met als climax de grote tentoonstelling Milk of Dreams op de Biënnale van Venetië in 2022. Daarin waren 214 kunstenaars te zien uit 58 landen. En meer dan 85 procent van de deelnemende kunstenaars was vrouw.
Even vreesde ik na dat onovertrefbare hoogtepunt dat de aandacht voor vrouwelijke kunstenaars weer zou afnemen. Dat het feest gedaan was, de trend voorbij. Maar dat lijkt niet zo te zijn. Is er inmiddels sprake van een blijvend vagijnenfestijn?