Zorg voor thuiswonende ouderen gaat ook in ondergesneeuwd Nederland door. ‘Kind, moest je door dít weer naar mij toe?’

kitchen, food, cooking, women, meal, job, indoors, service, homecare, homecare, homecare, homecare, homecare, homecare
Photo by newaztime on Pixabay

Ouderenzorg Nu steeds meer ouderen thuis blijven wonen met behulp van thuiszorg is de vraag hoe die zorg zich houdt in het hevige winterweer. Zorgverleners moeten prioriteren. „Voorrang krijgen cliënten die hun medicatie niet zelf kunnen innemen, terminaal zijn of afhankelijk van insuline, katheter of wondzorg.”

Noodzakelijke zorg heeft voorrang

Amber de Wild (31) werkt voor zorginstelling Amaris en geeft leiding aan verpleegkundigen die langsgaan bij thuiswonende ouderen in de regio Gooi en Vecht – Weesp, Hilversum, Bunschoten. Ze stuurt een nachtteam aan, een thuiszorgteam en een „wondteam” voor inspectie en verzorging van onder meer doorligwonden. Door de sneeuw en de gladheid is de „planbare zorg” uitgesteld tot eind deze week of begin aanstaande week, vertelt ze.

„Rijden is voor iedereen spannend nu. Vanochtend gleed een collega weg, het ging goed maar ze zat daarna met angst achter het stuur.” Noodzakelijke zorg krijgt voorrang. „Het toedienen van antibiotica, daar kun je niet mee stoppen. Maar het verwijderen van katheters om te zien of cliënten zonder kunnen: dat kan even wachten.”

een thuiswonende oudere tegen de zestigjarige wijkverpleegkundige Marijke van Schaik

Door alle uitstel wordt het volgende week extra druk, zegt ze. „Het zou kunnen dat het aannemen van nieuwe cliënten lastig wordt.” Haar thuiszorgteam krijgt doorgaans tien à vijftien nieuwe cliënten per week. 
De Wilds nachtteam bezoekt ouderen na een melding via een alarmsysteem. Streven is er binnen een half uur te zijn. „Dat is nu niet altijd haalbaar.” De Wild heeft haar mensen laten weten: bel de cliënt na alarmering op, stel gerichte vragen, check of je er écht heen moet. En het wondteam werkt meer digitaal: ze inspecteren wonden zoveel mogelijk door te videobellen, tenminste: als een zorgverlener van het „reguliere wijkteam” wél fysiek aanwezig is.

„Kind, moest je door dít weer naar mij toe?” aldus een thuiswonende oudere tegen de zestigjarige wijkverpleegkundige Marijke van Schaik, werkzaam even ten noordwesten van Tilburg voor de Brabantse zorginstelling Mijzo. Op haar beurt vraagt zij dezer dagen aan de ouderen: heeft u voldoende eten in huis? Wie kijkt er naar u om? Ook Van Schaik gleed weg vanochtend, „ik kwam een helling niet op”, pas na vijf minuten „gassen en wegslibben” lukte het. Voor ouderen woonachtig aan glibberige boerenweggetjes en in „ongestrooide hofjes” heeft ze een „noodmaatregel” getroffen: waar mogelijk nemen familieleden of buren de zorg tijdelijk over.

error: