Hoogleraar placebo-effect kreeg zelf te maken met omgekeerde effect
Het placebo-effect is zo sterk dat de geneeskunde daar veel meer rekening mee moet houden, vond hoogleraar gezondheidspsychologie Andrea Evers, die begin vorige week overleed. ‘Noem een ziekenhuis geen ziekenhuis, maar een gezondheidscentrum.’
Hoe is het mogelijk dat de klachten van patiënten verminderen als ze een neppil slikken? Waarom krijgen mensen, na het lezen van de bijsluiter, soms de bijwerkingen van het echte medicijn terwijl ze een namaakversie slikken? Hoogleraar gezondheidspsychologie Andrea Evers vond dat samenspel tussen lichaam en geest zo intrigerend dat ze er een gezaghebbend onderzoekscentrum voor opzette.
Effect van neppil
Ons lichaam reageert op verwachtingen, legde ze steevast uit: er worden pijndempende stofjes aangemaakt, het immuunsysteem reageert. Dat verklaart waarom een neppil effect heeft: omdat wij ervan overtuigd zijn dát die pil werkt. Dat placebo-effect bestaat ook bij echte medicijnen en daar deed ze jarenlang onderzoek naar. ‘Eén zin kan het verschil maken’, zei ze begin dit jaar in een podcast over haar werk: als de dokter tegen een patiënt zegt dat een medicijn bij heel veel mensen werkt, dan is dat middel inderdaad effectiever.
De nocebo, het negatieve broertje van de placebo, is nog krachtiger, zo wees haar onderzoek uit. Wie de tandartsboor hoort, zet zich schrap. Zeg tegen patiënten ‘dit doet even pijn’ en het doet ook pijn.
Een patiënt is meer dan ‘een verzameling cellen of eiwitten’
Andrea Evers, hoogleraar gezondheidspsychologie

Evers werd geboren in het Duitse Arnsberg, haar vader was psychiater. Wat er in het hoofd van mensen gebeurt, fascineerde haar van jongs af aan. Ze studeerde psychologie in Bielefeld en Amsterdam. In 2011 werd ze hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen, twee jaar later stapte ze over naar de Universiteit Leiden waar ze het Center for Interdisciplinary Placebo Studies opzette.
Brug naar de praktijk
Met haar kennis en inzet wist ze het placebo-onderzoek wereldwijd op de kaart te zetten, zegt universitair hoofddocent Antoinette van Laarhoven, die ruim twintig jaar met Evers samenwerkte. Ze wilde niet alleen weten wat er gebeurde en hoe dat effect in het lichaam tot stand kwam, maar ze sloeg ook de brug naar de praktijk, vertelt Van Laarhoven. ‘De psychologie is in de hele medische wetenschap zo belangrijk, en zij zag dat.’
Niet voor niets kreeg Evers in 2019 de Stevinpremie (2,5 miljoen euro), de hoogste onderscheiding voor wetenschappers die hun kennis benutten voor de samenleving. Een patiënt is meer dan ‘een verzameling cellen of eiwitten’, zei ze in een interview. Gedachten en gevoelens hebben invloed op het ziekteproces en de geneeskunde moest daar veel meer rekening mee houden, vond ze.

Hierboven het interview dat Wetenschap Nu aan Andrea Evers afnam vanwege de toekenning van de Stevinprijs 2019
-/-