‘Door de oorlog tussen Israël en Iran besefte ik dat het mijn levensdoel is te strijden tegen extremisme en fascisme in Nederland’

Cabaretier Saman Amini wilde deze zomer terugkeren naar Iran voor inspiratie, maar de oorlog tussen Israël en Iran maakte dat onmogelijk. Daarop besloot hij het onderwerp van zijn nieuwe voorstelling te veranderen.
Cabaretier Saman Amini (36) zou heel augustus naar Iran gaan om daar inspiratie op te doen voor zijn nieuwe voorstelling. Het plan was om zijn wortels te onderzoeken, zijn familie te bezoeken en naar zijn oude school te gaan, om naar Iran te kijken met de westerse blik die hij in Nederland heeft ontwikkeld. Vanuit die ervaringen wilde hij vervolgens met een nieuw perspectief Nederland analyseren.
Toen brak in de nacht van 12 op 13 juni de oorlog uit. Israël voerde een luchtoffensief uit op Iran dat in strijd was met het internationaal recht; het land vormde volgens de Israëlische premier Netanyahu een dreiging omdat het op zeer korte termijn kernwapens zou kunnen produceren. Iran reageerde eveneens met luchtaanvallen. Na twaalf dagen, waarin 29 Israëliërs en minstens 900 Iraniërs de dood vonden (onder wie veel onschuldige burgers), werd er een wapenstilstand afgekondigd.
Amini kon niet meer naar Iran, dat was zeker. Maar de gebeurtenissen en de wijze waarop er in Nederland over gesproken werd, veranderden iets in hem. Zijn voorstelling moet er anders uitzien, besefte hij. Hij moet zijn pijlen richten op thema’s waarmee hij hier in Nederland echt iets kan betekenen: extremisme tegengaan en tegenwicht bieden aan beschrijvingen die bepaalde groepen ontmenselijken.
Amini maakt al jaren theater over zijn jeugd in Iran, over je ergens thuis voelen en over de positie van migranten in Nederland.
Hoewel Amini in zijn voorstellingen zijn vizier richt op Nederland, volgt hij de geopolitiek al zijn hele leven nauwgezet.
Wat viel je dan op in berichtgeving over Iran?
‘Ik zag er dubbele standaarden in terug: alles en iedereen keurde de illegale preventieve aanval van Rusland in Oekraïne af. Maar als Israël hetzelfde doet, verandert de toon en is zo’n aanval wel gerechtvaardigd.
‘Maar ook het gemak waarmee journalisten het hadden over een eventuele oorlog, de nonchalance waarmee ze praatten over de levens van Midden-Oosterlingen. Als migrant voel je altijd al dat je een tweederangsburger bent, dat je leven letterlijk minder waard is. Die verschillen zijn er al heel lang, kijk maar naar hoe vluchtelingen zijn opgevangen: Oekraïense vluchtelingen werden ontvangen in een hotel in De Pijp in Amsterdam, moslims uit Syrië moesten op de grond slapen in een gymzaal buiten de stad.
‘Of kijk naar Dilan Yeşilgöz, de leider van de VVD, die het opeens heeft over het bevrijden van vrouwen in het Midden-Oosten. Dat argument gebruikt ze om te rechtvaardigen dat een land waar 92 miljoen mensen wonen wordt gebombardeerd. Hoe kan zij tegelijkertijd achter asielbeleid staan dat vrouwen wil terugsturen naar Afghanistan, Irak of Syrië, omdat het daar zogenaamd veilig is? De oorlog was een nieuwe bevestiging van al deze dubbele standaarden.’
‘Het enige wat ik kan doen is schrijven, kunst maken. Comedy, sketches, cabaretvoorstellingen. Om een ander narratief aan te bieden van wat er gaande is. Door de oorlog besefte ik dat het mijn levensdoel is te strijden tegen extremisme en fascisme in Nederland, die de voedingsbodem scheppen voor die dubbele standaarden. Daar kan ik controle op uitoefenen; ik kan gedemoniseerde mensen humaniseren met behulp van humor.’
