Opinie: Straatintimidatie alleen aanpakken bij zwarte mannen is puur racistisch

screenshot video © straatintimidatie
screenshot video © straatintimidatie

Oud-agent Dennis Mijna uit zijn zorgen over de stigmatiserende en discriminerende aanpak van intimidatie op straat.

Straatintimidatie is intussen een jaar strafbaar. Sindsdien is in bijna alle voorvallen en zaken die in dit verband naar buiten kwamen een opvallend detail te zien. Het gaat overwegend om mannen die met bijvoorbeeld ‘hey dushi’ hun gesprek beginnen. Nederlandse mannen dus met een Antilliaanse achtergrond. Maar ook Nederlandse mannen met een Afro-Surinaamse achtergrond.

In de talloze reportages op de televisie en op de radio is dan te zien en te horen dat handhavers die onopvallend zijn gekleed en die zich voordoen als voorbijgangers hun voorkeur tonen voor deze mannen. Vrouwelijke handhavers worden dan als lokaas geplaatst nabij deze mannen. De handhavers blijven soms zeer lang rondhangen in en nabij hun doelwitten, in de hoop reacties uit te lokken.

Door met de bril van een oprechte oud-politieman hiernaar te kijken, kan ik niet anders dan stellen dat de politiek erin is geslaagd een probleem wederom eenzijdig te belichten. Een specifieke groep Nederlanders is het mikpunt geworden van een breder maatschappelijk probleem. Het uitsluitend focussen op een bepaalde groep mensen is ronduit stigmatiserend en discriminerend.

Een grote groep Nederlanders op basis van hun afkomst als doelwitten zien en als zodanig behandelen is ronduit kwalijk. Hierbij lijkt uitlokking een nieuwe werkwijze te zijn geworden.

Strategie

Bovenstaande zou minder verrassend zijn geweest, ware het niet dat de politiek sinds de invoering van de voorloper van deze wet in 2015 bekendmaakte wat hun strategie zou zijn. Namelijk dat zij bepaalde mensen, in dit geval Nederlandse bouwvakkers, uit zouden sluiten van strafrechtelijke aanpak ondanks dat deze groep vrouwen eveneens op grote schaal ‘nafluiten’ op straat.

De Rotterdamse politica Tanya Hoogwerf van Leefbaar Rotterdam betoogde in 2015 namelijk al onomwonden dat het haar niet ging om bouwvakkers die naar vrouwen fluiten in het openbaar, maar dat het om andere mannen ging.

Als je in ogenschouw neemt dat ongevraagde en ongewenste aanrakingen schering en inslag zijn, bijvoorbeeld op Brabantse carnavalsfeesten en evenementen zoals Koningsdag, rijst de vraag waarom witte mannen in deze context volgens verklaringen van vrouwen en organisatoren nauwelijks aandacht krijgen van handhavend Nederland.

Stigma

Dat er tegen wantoestanden moet worden opgetreden, is meer dan logisch. Maar de vraag die ik niemand hoor stellen – niet de politiek, niet de journalistiek, et cetera – is waarom uitsluitend een specifieke groep Nederlanders in kaart wordt gebracht en aangepakt, en anderen niet.

Dennis Mijna is oud-politieagent en gastdocent aan de Politieacademie.