Kabinet laat grootse plannen voor windenergie op zee los en dat roept wrevel op: ‘Er wordt niet geregeerd’

Het demissionair kabinet-Schoof laat zijn ambitieuze plannen voor windenergie op de Noordzee los. In 2040 zullen er veel minder windturbines op zee staan dan eerder is afgesproken. In plaats van 50 gigawatt vermogen rekent het kabinet nu op 30 tot 40 gigawatt.
Een belangrijke reden voor de scherp gedaalde ambitie is het gebrek aan vraag naar elektriciteit, schrijft minister Hermans van Klimaat en Groene Groei woensdag in een brief aan de Tweede Kamer. Zo valt de extra vraag naar elektriciteit door de industrie tegen, onder meer omdat het kabinet er niet in is geslaagd voldoende maatwerkafspraken te maken met bedrijven over verduurzaming.
Ook de tegenvallende ontwikkelingen rond groene waterstof zijn aanleiding voor de aanpassing, aldus het ministerie. De productie van groene waterstof, waarbij een belangrijke rol was voorzien voor offshore windenergie, komt maar niet van de grond. Daarnaast blijft de vraag achter.

Sophie Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei, viceminister-president © Beeld Martijn Beekman
Het kabinet handhaaft wel het doel voor 2050 om 70 gigawatt aan windvermogen op zee te hebben. Dit getal is nodig om de klimaatdoelen te halen, maar de haalbaarheid van die 70 gigawatt lijkt nu een stuk minder realistisch.
In het slechtste geval moet er na 2040 in tien jaar tijd 40 gigawatt aan vermogen op zee worden gerealiseerd. Die hoeveelheid is technisch haalbaar, zegt de windsector, maar het zal zeer moeilijk worden zo’n hoeveelheid in zo’n relatief korte tijd te bouwen. Na jaren bouwen staat er nu een kleine 5 gigawatt aan windvermogen op de Noordzee.
‘Lamlendige houding industrie’
Volgens Jan Vos, voorzitter van de Nederlandse windkoepel NedZero, heeft het kabinet-Schoof een puinhoop gemaakt van de energietransitie. ‘Er is gewoon niet geregeerd.’ Zo is er volgens Vos onvoldoende gedaan om de vraag naar elektriciteit te stimuleren, onder meer door de maatwerkafspraken te laten mislukken. ‘Dit zijn hier de consequenties van.’
Ook verwijt Vos de industrie een ‘lamlendige houding’. Door nauwelijks werk te maken van elektrificatie blijft ze hangen in fossiele energie. ‘Ook zij hebben het erbij laten zitten’, aldus Vos.