Spinozapremie voor historicus Judith Pollmann, voor wie het begon met één man in de Tachtigjarige Oorlog

jerusalem, dome of the rock, islam, israel, mosque, temple mount, holy site, religion, gold dome, jerusalem, jerusalem, jerusalem, islam, islam, islam, israel, israel, mosque, mosque, mosque, mosque, mosque
De Rotskoepel in Jeruzalem by jdblack on Pixabay

Voor haar originele aanpak krijgt historicus Judith Pollmann vrijdag de Spinozapremie toegekend, de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Nederland. De rode draad in haar werk is hoe mensen omgaan met veranderingen.

Met één man, de bastaardzoon van een Utrechtse edelman die als kannunik ook nog eens een positie bekleedde binnen de rooms-katholieke kerk, begon het voor Judith Pollmann, hoogleraar vroegmoderne Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Deze Arnoldus Buchelius (1565-1641) werd geboren aan de vooravond van de Tachtigjarige Oorlog, was katholiek gedoopt en opgevoed, en hem stond, met die vader, een leuke carrière te wachten.

En toen kwam de oorlog en stond Buchelius’ hele leven op zijn kop. De katholieke eredienst werd verboden, katholieken moesten kiezen wat te doen: protestant worden, katholiek blijven. ‘Hoe gaat dat eigenlijk? Hoe gebeurt dat? En wat voor een proces is dat, waarin mensen een beslissing nemen over zoiets in een situatie waar ze zelf niet om hebben gevraagd?’

Pollmann (60) begint over Buchelius als haar wordt gevraagd wat de ‘nieuwe perspectieven en originele aanpak’ zijn waarmee ze, volgens de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), ‘haar collega’s uitdaagt’. De NWO vindt haar aanpak dermate innovatief dat ze er de Spinozapremie voor krijgt, de hoogste onderscheiding in de Nederlandse wetenschap. Er is een bedrag van 1,5 miljoen euro aan verbonden.

Tot de jaren negentig, toen ze met haar onderzoek naar deze ene man begon, werd religiegeschiedenis vooral onderzocht door mensen die bij een bepaald kerkgenootschap hoorden, zegt Pollmann. ‘Dus die wisten alles van katholieken of van protestanten, maar nooit van allebei tegelijk. En ze keken ook eigenlijk alleen vanuit de kerkelijke archieven.’

Zij deed het anders. ‘Op het moment dat je bij één man begint, iemand die met zo’n religieuze verschuiving wordt geconfronteerd, kun je laten zien dat de beslissing die hij neemt eigenlijk niet zo vastzit aan ideeën over protestantisme of katholicisme. Buchelius werd protestant, hyperprotestant zelfs. Maar hij behield wel vriendschappen met katholieken en remonstranten.

Gemeenschappelijke grondslag

‘Je zou kunnen denken dat hij een façade ophield, dat hij om politieke redenen van geloof veranderde, maar dat was het niet. Hij zocht in religie naar iets dat orde kon scheppen. Ik kon duidelijk maken dat hij zo, als protestant, een echte hardliner kon zijn en toch kon denken: mijn moeder, mijn vrienden zijn weliswaar katholiek, maar ze zijn vroom – en dan is het niet zo erg. Zolang ze het volk maar niet gaan misleiden of zoiets.

‘Dus het gaat erom of je nog een gemeenschappelijke grondslag hebt waarop je elkaar een beetje kunt vinden. En het gekke was: het was natuurlijk maar het verhaal van één man. Maar dat heeft ons wel geholpen om beter te begrijpen hoe het kon dat de Nederlandse Republiek de hele 17de eeuw ontzettend religieus verdeeld was, met allemaal mensen die heel fundamentalistisch waren, maar dat ze mekaar toch niet doodsloegen. En dat is best een fundamentele vraag.’

Het thema van Pollmanns onderzoek, werd haar in de loop van haar carrière duidelijk, is hoe mensen met verandering omgaan. ‘Via particuliere verhalen krijg je zicht op dimensies van een geschiedenis die je anders misschien niet zo makkelijk op het spoor was gekomen.

error: