Nieuw onderzoek: de kloof tussen stad en platteland bestaat niet

Binnenstad Enschede in vogelvlucht Kleuske, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

De kloof tussen stad en platteland is al jaren een dankbaar onderwerp in de politiek en aan talkshowtafels. Maar nieuw onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau naar sociale ongelijkheid toont aan: die kloof bestaat vooral in ons hoofd.

Voor het onderzoek Verdeeld over het land, dat donderdag verschijnt, onderzocht het SCP of er regionale verschillen zijn in de verdeling van onder meer economische, culturele en sociale hulpbronnen. Hiervoor analyseerde het zeventig gebieden, van provincies tot regio’s en gemeenten. De conclusie is ontnuchterend: je maatschappelijke positie wordt veel sterker bepaald door wie je bent dan waar je woont.

Weliswaar zijn er accentverschillen tussen gebieden. Zo hebben inwoners van de gemeente Utrecht gemiddeld het meeste ‘totaalkapitaal’, terwijl de meest kwetsbaren het vaakst in Oost-Groningen en Zeeuws-Vlaanderen wonen. Deze tegenstellingen zijn echter relatief klein. Bovendien is er geen strikte scheiding tussen stad en platteland. Inwoners van Amsterdam hebben inderdaad relatief veel kapitaal, maar die in Rotterdam en Den Haag weer niet.

In plaats van een gapend gat tussen stad en platteland ziet het SCP dan ook eerder zeven breuklijnen dwars door Nederland lopen. Dit zijn de sociale klassen waarin de samenleving op basis van economisch, cultureel, sociaal en persoonskapitaal (gezondheid en aantrekkelijkheid) kan worden ingedeeld. Wie in Delft bijvoorbeeld tot de jongere kansrijken behoort, heeft meer gemeen met een jongere kansrijke in Zwolle dan met een arme gepensioneerde uit zijn eigen stad.