Wie durft Wilders te vertellen dat zijn boodschappenbonus er niet komt?

Photo by funk on Giphy

Heel even leek het een sympathiek idee, maar nu is het tijd om te erkennen dat over de huurbevriezing niet goed genoeg is nagedacht.

Over de definitie van een ‘extraparlementair’ kabinet bestaan tot in het hart van de regeringscoalitie grote misverstanden. De gedachte van de constructie is dat bewindslieden, met behulp van hun ambtenaren en hun uitvoeringsorganisaties, ideeën uitwerken en die na rijp beraad op tafel leggen. De Tweede Kamer zou daar dan onbevangen – niet gebonden aan al te knellende regeerakkoorden – een oordeel over kunnen vellen.

PVV, VVD, NSC en BBB draaien het precies om. De regeringspartijen maken er al sinds de formatie een gewoonte van om vergaande beslissingen achter de schermen onderling af te kaarten – niet gehinderd door enige betrokkenheid van ambtenaren of experts – en die afspraken vervolgens dwingend op te leggen aan het kabinet.

Wat er dan gebeurt, kan iedereen nu zien aan het politieke drama rond de bevriezing van de sociale huren: heel even leek het een sympathiek idee, toen PVV-voorman Wilders het naar buiten mocht brengen na een nacht lang onderhandelen over de Voorjaarsnota: ‘Een boodschappenbonus!’ Binnen enkele uren werd duidelijk dat het tamelijk desastreuze gevolgen heeft voor de bouwplannen van de woningcorporaties die opeens kampen met grote financiële onzekerheid.

De huurinkomsten zijn hun inkomstenbron en de basis voor langjarige leningen voor nieuwe bouwprojecten. Als de inkomsten dalen, daalt ook de investeringsruimte. Binnenkort staan de corporaties dan ook bij de rechtbank tegenover minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting.

Teken aan de wand: de brief die BBB’er Keijzer deze week aan de Tweede Kamer stuurde over de gevolgen van de huurbevriezing, had ook door een oppositiepartij geschreven kunnen zijn. Keijzer ziet ‘een forse daling van de investeringscapaciteit’ met liefst 35 miljard euro, een ‘inbreuk op het eigendomsrecht’ van de corporaties, denkt dat het kabinet ‘juridisch zeer kwetsbaar’ is, meldt dat geschrokken investeerders zich nu al terugtrekken uit de woningbouw en rekent voor dat de komende jaren ongeveer 16 duizend woningen per jaar minder zullen worden gebouwd als de huurbevriezing doorgaat.

Dat is nogal een prijs voor een plan dat vooral bedoeld leek om Wilders bij de Voorjaarsnota met iets tastbaars naar buiten te sturen. Een plan bovendien dat zelfs volgens budgetinstituut Nibud niet dringend noodzakelijk is omdat de lonen dit jaar harder stijgen dan de huurlasten en de meest kwetsbare groepen toch al gecompenseerd worden door de huurtoeslag.

Het kan worden opgelost, schrijft Keijzer ook. Bijvoorbeeld door een forse structurele verlaging van de vennootschapsbelasting voor de corporaties, waarmee hun investeringscapaciteit weer wat hersteld zou worden. Maar dat vergt financiële dekking op de begroting (die er nog niet is) plus afstemming met de EU om te voorkomen dat het wordt gezien als ongeoorloofde staatssteun. Ook vreest Keijzer uitvoeringsproblemen bij de overwerkte Belastingdienst. Het is sowieso niet iets dat nog even geregeld kan worden voordat de huurbevriezing per 1 juli van kracht wordt.

De andere, veel eenvoudiger optie is dat Dilan Yesilgöz, Nicolien van Vroonhoven en Caroline van der Plas toegeven dat ze die nacht niet hebben zitten opletten en samen besluiten dat het plan helaas niet doorgaat omdat er niet goed genoeg over is nagedacht. Maar wie heeft de politieke moed om het aan Wilders te vertellen?

Minister Keijzer heeft een levensgroot probleem

Het vinden van compensatie voor woningcorporaties is financieel en juridisch lastig.

Minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting heeft een levensgroot probleem. Maar opstappen doet ze niet. Dat zei ze woensdagmiddag tijdens een Kamerdebat waar de huurbevriezing het pijnlijkste onderwerp op tafel was.

In de Voorjaarsnota van afgelopen april staat dat de sociale huren in 2025 en 2026 niet mogen stijgen. Dit financiële akkoord was tot stand gekomen op basis van onderhandelingen door de fractievoorzitters van de vier coalitiepartijen.

Opstappen

‘Wat ik zelf van dit wetsvoorstel vind, heeft u mij al een aantal keren horen zeggen’, zei Keijzer woensdagmiddag. ‘Ik had zelf dit besluit niet genomen, omdat ik wist dat dit consequenties heeft voor de investeringscapaciteit van corporaties. Zoals ik al heb aangegeven in een reactie op de heer Peter Boelhouwer (woningmarkthoogleraar aan de TU Delft, red), die vond dat ik moest opstappen: zolang ik van betekenis kan zijn, blijf ik mijn werk doen. Als je niet bestand bent tegen besluiten die je zelf niet zou nemen, moet je dit werk niet doen.’

De PVV

Alleen de PVV staat pal achter de huurbevriezing van de Voorjaarsnota. SP en GroenLinks-PvdA pleiten hier weliswaar ook al lange tijd voor, maar willen dan dat voor woningcorporaties de vennootschapsbelasting verdwijnt. Dat dekt een aanzienlijk deel van de verloren investeringscapaciteit. 

error: