De Palestijnse Nakba herdacht: ‘Deze genocide heeft me laten zien wat angst doet’

Deze week werd de Nakba herdacht, de verdrijving van Palestijnen in 1948. Een des te bitterder herinnering nu Palestijnen op grote schaal worden gedood en uitgehongerd. Demonstranten trekken zondag naar Den Haag om een ‘rode lijn’ te trekken.
Toen Amal Helles klein was, vroeg ze haar opa waarom hij zich had laten verjagen tijdens de Nakba. ‘Waarom had hij niet gestreden tot het bittere eind? Ik begreep het niet’, vertelt Helles tijdens haar toespraak donderdagavond in de Amsterdamse Dominicuskerk.
‘Ik dacht dat ik zelf nooit zo’n keuze zou maken’, vervolgt de Palestijnse journalist die acht maanden geleden met haar kinderen Gaza is ontvlucht en nu in Amsterdam woont. ‘Maar deze genocide heeft me laten zien wat angst doet als het je lichaam binnenkomt, wat je als moeder voelt als je kinderen zich aan je vastklampen en je smeken om te blijven leven.’
Helles grootouders zijn uit hun huis verdreven bij de oprichting van de staat Israël, net als ongeveer 750 duizend andere Palestijnen. Deze gebeurtenis uit 1948 staat in de Palestijnse collectieve herinnering gegrift als ‘Nakba’ (Arabisch voor catastrofe of ramp) en wordt ieder jaar op 15 mei herdacht. Maar, zo benadrukken alle sprekers bij de herdenking in de volle Dominicuskerk: de Nakba duurt nog altijd voort.
Want ook deze week bombardeerde Israël ziekenhuizen en vluchtelingenkampen. Israëlische machthebbers steken hun fantasieën over de etnische zuivering van Gaza allang niet meer onder stoelen of banken, en hongeren de bevolking in Gaza systematisch uit. Vrijwel alle deskundigen spreken inmiddels van een genocide, zo concludeerde NRC donderdag op de voorpagina.