‘De dubbele huurbevriezing is wel degelijk funest voor de corporatiesector’

Steenrijke woningcorporaties klagen over lage huren, maar let wel: ze hebben geld zat, aldus Cees Grimbergen in een opiniestuk. Volkskrant-lezers reageren.
Fabels
Kent u de fabel van de AOW’ers met alleen een uitkering in een koopwoning? De AOW’er zegt geen geld te hebben om het onderhoud aan de woning uit te voeren. Wat een onzin, zegt de omstander. Kijk eens naar de waarde van je woning, die is enorm gestegen. Ja, dat klopt zegt de AOW’er, maar de bank wil mij geen lening meer verstrekken en die waarde krijg ik alleen als ik de woning verkoop. Dat wil ik niet.
Cees Grimbergen is die omstander en vertelt eenzelfde fabel over woningcorporaties. Ook hij ziet de stijging van de waarde van de woning aan voor geld. Een woningcorporatie kan evenmin met de waardestijging het onderhoudsbedrijf betalen, en ook niet de rente aan de bank. In de corporatiesector is het momenteel nog erger dan dat.
Gegevens over 2023, het laatste jaar waarover landelijke gegevens beschikbaar zijn, laten zien dat corporaties van de huuropbrengsten 3,1 miljard euro overhouden na betaling van alle kosten en belasting. Dat geld is beschikbaar voor het verbeteren en isoleren van de woningen, over het algemeen zonder huurverhoging. Daar geven ze 3,7 miljard euro uit. Er is dus een tekort van 0,6 miljard. Is dat een houdbare situatie? Nee, dat is het niet.
Er is voor de gemiddelde woningcorporatie momenteel, zoals dat heet, geen duurzaam prestatiemodel. Juist daarom is de dubbele huurbevriezing zo funest voor de corporatiesector. Of zou Grimbergen willen dat woningcorporaties de huurwoningen in de uitverkoop doen? Vraag het de AOW’er die bij de corporatie huurt.
Johan Conijn, adviseur en onderzoeker op de woningmarkt, Amsterdam