De auto hoort steeds minder bij Rotterdam: er is een groene metamorfose in de maak

Een druk verkeersplein in het hart van Rotterdam moet wijken voor een groene oase in het stadscentrum. Niet iedereen wil af van de auto: 150 duizend Rotterdammers kunnen niet fietsen.
Vanachter een hekwerk kijkt de 77-jarige Jos met een diepe frons toe hoe drie graafmachines het asfalt van het Hofplein in Rotterdam aan stukken trekken. ‘Wat een flauwekul.’ Het verkeersplein, met in het hart de fontein waar Feyenoord-supporters traditiegetrouw in springen na een gewonnen prijs, is sinds half april een bouwput.
Over twee jaar verrijst op deze plek een autoluw stadspark met gras, bomen en bankjes. Kosten: 60 miljoen euro. Jos, gepensioneerd BP-medewerker, snapt er niets van. ‘We zijn toch geen dorp?’ Hij wijst naar het stadhuis op de Coolsingel, even verderop. ‘Dat hebben ze zeker in dat huissie bedacht, iemand met geitenwollensokken.’
Auto en stad
Maar is het dan niet vreemd dat verkeer van Delft naar Ridderkerk dwars door het Rotterdamse centrum rijdt? Dat het Hofplein op zomerdagen zeven graden warmer is dan andere plekken in de stad? En dat Rotterdam in 2023 twintig dodelijke verkeersslachtoffers telde? Jos haalt zijn schouders op. ‘De auto hoort bij Rotterdam. Punt.’
Rotterdam en de auto zijn inderdaad onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het stadscentrum werd na het bombardement van 1940 niet herbouwd rond grachten en pleinen, maar met de auto als uitgangspunt. De stad koos voor brede avenues die uitmonden op knooppunten zoals het Hofplein.
Waar Amsterdam en Utrecht door hun historische structuur vanzelf de auto de pas afsneden, sloeg Rotterdam een andere weg in. Dat is nog steeds te merken: automobilisten staan hier gemiddeld 63 uur per jaar in de file.
Groene metamorfose
Toch wil de stad een ander imago. In 2020 werd besloten dat zeven belangrijke plekken een groene metamorfose ondergaan, voor in totaal minimaal 223 miljoen euro. Wethouder Pascal Lansink-Bastemeijer (VVD) ziet het Hofplein straks als de schakel tussen het vernieuwde Schiekadeblok en het toekomstige Hofbogenpark, een langgerekt park op een oud spoorviaduct. ‘Een groene oase midden in de stad.’
De VVD schreef in het vorige verkiezingsprogramma nog dat het zich altijd zou verzetten ‘tegen initiatieven die automobilisten dwarszitten’. Maar Lansink-Bastemeijer zegt de plannen prima te kunnen uitleggen. ‘Ik zeg altijd: groen is niet politiek. Dat is niet links, rechts of van het midden. Iedereen houdt van bomen.’
Wennen
‘Wij zijn kankeraars’, zegt Rotterdammer Sjenny Posthuma (69), die met haar fiets in de hand langs het Hofplein wandelt. ‘Dat zit in onze volksaard. Eerst vonden we de ontwerpen voor de koopgoot en het depot Boijmans Van Beuningen ook lelijk. Maar is het er eenmaal, dan is het ook van ons en moet je er niet aankomen.’
Zelf is ze enthousiast over het nieuwe Hofplein. Ze wijst op een recent onderzoek van Pointer, waaruit blijkt dat Rotterdam op plek acht staat van gemeenten met de slechtste luchtkwaliteit. ‘Dat moet je niet willen. Dit wordt straks een heerlijk gebied voor fietsers en wandelaars.’
Derk Loorbach, hoogleraar sociaal-economische transities aan de Erasmus Universiteit, is lyrisch over het plan. ‘Dit is een grote stap vooruit, op een symbolische plek, voor de stad en het klimaat.’ Volgens hem is Rotterdam, net als andere steden wereldwijd, bezig de stad opnieuw uit te vinden, vanuit een fundamenteel ander perspectief.