Moeten fitte zeventigers snel aan de slag?

Charlie Chaplin, Modern Times by Wiel van der Randen, Public domain, via Wikimedia Commons

OPINIE

Een 70-jarige nu heeft dezelfde cognitieve vaardigheden – het vermogen om kennis en informatie op te nemen – als iemand van 53 jaar in 2000 en een gelijke longinhoud en grijpkracht als iemand van 56 jaar in 2000.

Het lijkt op een sprookje over een anti-verouderingspil, maar het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dat toch niet over één nacht ijs gaat, heeft er een uitgebreide studie naar gedaan. ‘We hebben in een kwart eeuw geestelijk en fysiek enorme sprongen gemaakt dankzij een gezondere levenswijze, minder zwaar werk, betere zorg en nieuwe medicijnen’, luidt de conclusie.

Eigenlijk zou de pensioenleeftijd bij veel beroepen kunnen worden verhoogd tot ver na de zeventig. De vergrijzing van de wereldbevolking maakt langer doorwerken ook noodzakelijk, vindt het IMF. Overal zal deze eeuw het werkende deel op de totale bevolking krimpen.

Als mensen de langere levensverwachting – al vierenhalf jaar hoger sinds de eeuwwisseling – aangrijpen om tot hogere leeftijd aan de slag te blijven, kunnen de gevolgen van de vergrijzing voor de economie en de betaalbaarheid van zorg en pensioenen beperkt blijven.

‘De zeventigers van nu zijn de vijftigers van toen’, zegt het IMF om een slogan te gebruiken die in de wandelgangen vaak gebruikt wordt om ouderdom te relativeren. ‘Oudere mensen zijn veel scherper en sterker dan die van 25 jaar geleden.’

Het IMF baseert zich in het rapport The rise of the silver economy (de opkomst van de grijze economie) op data van 41 verschillende landen. In deze landen werden een miljoen mensen van 50 jaar en ouder uitgebreid geënquêteerd, en functies zoals oriëntatie, rekenvaardigheid en geheugen getest.

Zo gaan Nederlanders nu gemiddeld op hun 66ste jaar plus één maand met pensioen. Twintig jaar geleden was dat 61 jaar.

Vooralsnog willen mensen boven de 66 jaar de extra fitte jaren benutten om zoals het heet ‘leuke dingen te gaan doen’, zoals stedentrips en ontdekkingstochten met een camper. En daarnaast moeten ze oppassen op de kleinkinderen of vrijwilligerswerk doen. De tijd dat de oudjes achter de geraniums bleven zitten met een kop koffie om 11.00 uur en een borreltje om 17.00 uur is wel voorbij.

Dat ze zouden kunnen blijven werken staat vast. Of ze het willen is een ander verhaal.