Sinan Çankaya verloor zijn geloof in het Westen. ‘De genocide in Gaza opende definitief mijn ogen’

Sinan Cankaya, CC BY 3.0, via Wikimedia Commons

Als kind van Turkse gastarbeiders beklom Sinan Çankaya de maatschappelijke ladder, werd schrijver en universitair docent, deel van de witte elite. Maar hij verloor zijn geloof in alles waar die voor staat.

Çankaya staat bekend om zijn scherpe, kritische bijdragen aan de debatten rond racisme, identiteit en integratie. Zijn eerste boek, Mijn ontelbare identiteiten uit 2020, werd een besteller. Hij verzette zich tegen hokjesdenken en liet zien hoe complex identiteit is. Al eerder werd Çankaya bekend door zijn onderzoek naar etnisch profileren bij de politie.

Uiteindelijk keerde hij deels terug naar zijn oorspronkelijke boekidee. Maar Gaza speelt nog steeds een prominente rol in het uiteindelijke boek.

Sinan Cankaya

Wat bedoelt u met die ‘institutionele kramp’?

“Ik roerde in het mogelijk laatste westerse taboe: de Holocaust en hoe dat lijden tot een politiek instrument wordt gemaakt, en het Palestijnse lijden wegdrukt. Opeens begonnen meerdere redacteuren zich met het manuscript te bemoeien. Dat was hoogst ongebruikelijk. Ik zag die kramp overal in Nederland. In praatprogramma’s, aan de universiteit, in de journalistiek. Zodra je benoemt dat er een genocide gaande is – of een ‘aannemelijke’ genocide, volgens het Internationaal Gerechtshof – stuit je op diepliggend ongemak. Dat mag je eigenlijk niet zeggen.”

Toch zeggen velen het, onder wie u.

“Een kleine minderheid, die bovendien wordt tegengewerkt en weggezet als activistisch. Toen Israël het staakt-het-vuren schond en weer honderden mensen doodde, onder wie veel kinderen, was is er in Nederland eigenlijk geen haan die ernaar kraaide.

“Dat maakte me woedend. De Nederlandse overheid blijft Israël politieke, morele en militaire steun geven. Ondertussen ervoer ik op mijn uitgeverij die institutionele kramp, een groot ongemak. Het maakte dat ik me afvroeg: ik heb me geïntegreerd, mijn best gedaan om deel te worden van de elite. Maar hoor ik er echt bij? Wegkijken van een genocide – is dat de integratieopdracht? Hoor ik er pas bij als ook ik doe alsof mijn neus bloedt? Dat weiger ik.”

U schrijft: ‘Wat Palestijnen overkomt, staat niet los van hoe we in dit land omgaan met moslims, vluchtelingen en mensen van kleur’. Hoe hangt dat met elkaar samen?

“Er zit dezelfde raciale pikorde achter, die stamt uit het koloniale denken. Dat denken is niet verdwenen. De Palestijn is volledig ontmenselijkt, net zoals de Jood vroeger. Er is nog steeds een rangorde, witte Europeanen staan nog steeds bovenaan. Het enige dat gebeurd is, is dat Joden in de pikorde zijn gestegen en tot ‘witheid’ zijn verheven.”

Sinan Cankaya

Hoe bedoelt u dat?

“Door het schuldgevoel over de Holocaust mochten de Joden zogezegd stijgen in de raciale hiërarchie: ze worden nu als ‘een van ons’ gezien. Israël, in mijn ogen een koloniale vestigingsstaat, werd daarbij een voorpost van Europese belangen in het Midden-Oosten. Het land werd ‘wit’, door de inheemse Palestijnse bevolking etnisch te verdrijven.

“Europese politici spreken nu graag van de ‘joods-christelijke’ wortels van de Europese cultuur, alsof Europa de Joden niet honderden jaren lang vervolgde als de inferieure ‘ander’. Een vorm van historisch revisionisme, dat de lange geschiedenis van antisemitisme in Europa verdoezelt.

“Vanaf de jaren zestig en zeventig begint de Holocaust een belangrijke rol te spelen in het Europese geheugen. Dan zie je dat het verhaal wordt: ‘wij zijn ons racisme te boven gekomen, wij voelen ons schuldig over wat de Joden is aangedaan’.