De sociale huur blijft gelijk, de middenhuur mag stijgen: rampscenario of goed idee?

Euro banknotes 2002” by Blackfish is licensed under CC BY-SA 3.0

Huren De coalitiepartijen willen de huren bevriezen van sociale huurwoningen en de huren voor middenhuur juist versoepelen. Woningcoöperaties vrezen veel minder huizen te kunnen bouwen. Hebben ze gelijk?

De coalitie PVV, VVD, NSC en BBB heeft besloten de huren van sociale huurwoningen dit en komend jaar te bevriezen en de Wet betaalbare huur te versoepelen. Dat staat in de Voorjaarsnota, waarover de coalitie woensdagavond een akkoord bereikte. Woningcorporaties en projectontwikkelaars vrezen dat het nu onmogelijk wordt meer sociale huurwoningen te bouwen. Belangenbehartigers van huurders vinden dat overdreven. Zij zijn juist blij met de bevriezing, maar kritisch over de versoepeling van de huurwet. Wat staat er op het spel? Vijf vragen over de besluiten.

1 Wat zijn de plannen?

Jaarlijks wordt vastgesteld met welk percentage verhuurders de huur van hun woningen mogen verhogen. Regels over de verhoging verschillen per huursector, maar huren mogen over het algemeen pas omhoog als de inkomens ook stijgen. De huur van sociale woningen mocht vanaf 1 juli 2025 met 5 procent worden verhoogd, in lijn met de gemiddelde loonontwikkeling. Dat hadden kabinet, woningcorporaties en gemeenten afgelopen december besloten tijdens de Woontop. Met het bevriezen van de sociale huren wijkt de coalitie plotseling af van die afspraken.

2 Waarom is deze beslissing genomen?

Het besluit tot huurbevriezing en versoepeling van de huurwet lijkt op een politieke ruil tussen de PVV en de VVD. De VVD is niet te spreken over de Wet betaalbare huur en is van mening dat de huurmarkt een geheel vrije markt moet zijn. De PVV pleit juist voor lagere huren. Mogelijk heeft de VVD wat concessies gedaan over de sociale huur door akkoord te gaan met de huurbevriezing, in ruil voor versoepeling van de Wet betaalbare huur.

3 Wat zijn de reacties?

Vooral de huurbevriezing doet stof opwaaien. De Woonbond is daar blij mee: zij ziet veel huurders worstelen met hun rekeningen en vindt de huurbevriezing een positieve ontwikkeling. „We hebben hard gestreden om een huurexplosie te voorkomen”, zegt woordvoerder Mathijs ten Broeke.

De Woonbond is echter sceptisch over de versoepeling van de huurwet: „Dat klinkt alsof je een uitzondering maakt voor ridicule huurprijzen van huisjesmelkers. Terwijl de wet juist bedoeld is om huurders tegen dat soort praktijken te beschermen.”

De vereniging van woningcorporaties Aedes is „verbijsterd” over de huurbevriezing, schrijft zij in een verklaring. De maatregel zet een streep door alle bouw-en verduurzamingsplannen, vindt de organisatie. Huurbevriezing lijkt „makkelijk scoren”, stelt Aedes, „maar de coalitie laat vooral woningzoekenden aan hun lot over”.

4 Waarom is er zoveel kritiek?

Huurverhoging is een essentiële inkomstenbron voor woningcorporaties, legt Ernst Koelman, woordvoerder van Aedes uit. „Met die inkomsten betalen wij de leningen af die wij aangaan om te bouwen en te verduurzamen. Maar als de huren gelijk moeten blijven, lopen we miljarden mis en vermindert onze investeringscapaciteit.” Volgens de laatste berekeningen van Aedes lopen woningcorporaties de komende tien jaar zeker 47,5 miljard euro mis door deze plotselinge verandering. Daardoor zouden zeker 170.000 woningen niet gebouwd kunnen worden, terwijl in december was afgesproken dat er de komende tien jaar ruim 254.000 woningen opgeleverd zouden worden, stelt Koelman.

De Woonbond zegt het probleem kennen, maar vindt dat de oplossing niet ligt in het verhogen van de huren. De bond vindt het oneerlijk dat huurverhoging door corporaties wordt gebruikt om sociale huurwoningen te bouwen en te verduurzamen. Zittende huurders betalen zo voor toekomstige huurders, stelt woordvoerder Ten Broeke. „Daar zijn we het niet mee eens. Van kopers wordt zoiets niet gevraagd.” Bovendien moeten woningcorporaties winstbelasting afstaan aan de overheid, waardoor hun inkomsten ook afnemen.

Het rampscenario dat de corporaties schetsten is een tikkeltje overtrokken, vindt ook Taco van Hoek, directeur van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB).