Het is tijd om af te rekenen met het neoliberale denken van oud-minister van Wonen Stef Blok

De wijziging die minister Keijzer wil aanbrengen in de huurwet van haar voorganger, dient vooral de belangen van huizeneigenaren – niet die van huurders.
Het beleid van oud-minister van Wonen Hugo de Jonge werkt, blijkt uit de laatste cijfers van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM). Investeerders die jarenlang veel geld hebben verdiend door appartementen in grote steden op te kopen, besluiten hun bezit van de hand te doen. Verhuur is door het beleid van De Jonge – en door een hogere belasting van het bezit van een tweede huis – blijkbaar niet lucratief genoeg meer.
De Jonge maximeerde de huur en maakte een einde aan de tijdelijke huurcontracten die het mogelijk maakten om de huurbescherming te ontwijken en huren continu te verhogen. De vele privileges die een van zijn voorgangers, Stef Blok, als minister aan verhuurders had toegekend, werden teruggedraaid.

Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, 4e viceminister-president
Foto: Phil Nijhuis/Rijksoverheid
Je zou verwachten dat de huidige minister Mona Keijzer zich tevreden zou tonen. Door de verkoop van appartementen komt er een klein beetje meer woonruimte beschikbaar voor starters, en mogen iets meer jongeren dan voorheen dromen van een eigen huis. Maar in plaats daarvan is Keijzer ongerust. Zo ongerust dat ze het beleid van De Jonge deels wil terugdraaien.
Keijzer zegt dat ze dat doet voor de huurders. Het aanbod van huurwoningen is licht afgenomen – met een paar honderd exemplaren – en dat is in theorie slecht nieuws voor Nederlanders die geen woning kunnen kopen. Met de wetswijzigingen van Keijzer kunnen investeerders in grote steden weer hogere huren vragen, waardoor verhuur rendabeler en dus interessanter wordt.
Dus dit is wat Keijzer zegt tegen jongeren die naarstig op zoek zijn naar een woning: om ervoor te zorgen dat er voldoende huurwoningen voor jullie zijn, moeten jullie nog hogere huren betalen en zal het voor jullie nog lastiger worden om een eigen woning te kopen.
Dit is geen geloofwaardig verhaal. Het is daarom waarschijnlijker dat Keijzer zich vooral door de belangen van huizenbezitters heeft laten leiden. Een tweede huis was tot voor kort de perfecte pensioenvoorziening. Alle seinen stonden op groen: de rente was historisch laag, de belasting ook, dankzij de krapte op de woningmarkt konden de huren continu worden verhoogd en als toetje werd het bezit jaarlijks ook nog fors meer waard.
Aan dit feest – dat overigens een belangrijke motor was achter de snelgroeiende vermogensongelijkheid in Nederland – is nu een einde komen. De rente is hoger, de belasting ook, de huren zijn gemaximeerd en aan continue stijging van de huizenprijzen lijkt voorlopig een einde gekomen.
Dat is gezond. Idealiter zijn zoveel mogelijk huizen in handen van eigenaren zonder winstdoelstelling, zoals de bewoners zelf of woningcorporaties. Het is tijd om definitief af te rekenen met het neoliberale denken van Stef Blok, die meende dat de woningmarkt geholpen zou zijn met zoveel mogelijk private investeerders.
Medelijden met de huizenbezitters is vooralsnog niet nodig gezien de enorme verdiensten die de afgelopen jaren zijn geboekt. Zolang de verkochte huizen bewoond worden – en dat is het geval – zou Keijzer zich in het geheel geen zorgen hoeven te maken. Om voldoende huurwoningen te realiseren moet de bestaande woningvoorraad beter worden benut en moeten nieuwe huurwoningen worden gebouwd. Het zou goed zijn als de minister van Wonen zich daarop zou concentreren.