Laat de Denker der Nederlanden álle Nederlanders aan het denken zetten

Le Penseur” (de Denker van Rodin) by Arnoldo is licensed under CC BY-NC 2.0

COMMENTAAR TROUW

Het één van Europa’s meest toonaangevende intellectuelen als nieuwe drager van de titel heeft de Denker der Nederlanden als instituut zich opnieuw verzekerd van een vat vol wijsheid. David Van Reybrouck, die van de drieslag ‘democratiseren, dekoloniseren en decarboniseren’ zijn handelsmerk gemaakt heeft, lijkt precies de denker waar deze tijd om vraagt.

Tegelijk is het wel zaak ervoor te zorgen dat zijn gedachten verder reiken dan krantenlezend Nederland en Vlaanderen. En dat burgers zélf aan het denken worden gezet. Het zijn immers verwarrende tijden, waarin bezinning en reflectie geen luxe voor enkelen is, maar een noodzaak voor velen.

Zo zagen ouderen die naar de zon dachten te vliegen deze week hun vakantie in Zuid-Spanje in het overvloedige regenwater vallen. Hun kleinkinderen kunnen hier in Nederland al een week volop buitenspelen.

David van Reybroeck, Denker der Nederlanden door Alex Vanhee, CC0, via Wikimedia Commons

Niet behoedzaam maar rück­sichts­los

En niet alleen het weer is in de war. Het zijn bijvoorbeeld wereldwijd juist de conservatieve krachten die voor de grootste omwentelingen zorgen. Waar conservatisme ooit stond voor behoedzaamheid, is deze stroming tegenwoordig even rücksichtslos als revolutionair. De veelheid aan toppen, akkoorden en al dan niet doorbroken staakt-het-vurens doet intussen de hele wereld duizelen.

Wat moeten we nu van zo’n verwarrende wereld denken? Van Reybroucks ambitie om de komende jaren vooral te vér-denken, door zich bijvoorbeeld af te vragen hoe we in 2060 naar het heden zullen kijken, maakt nieuwsgierig. Hij denkt bovendien planetair, voorbij de mens als maat der dingen. Ook dat klinkt zinnig. Maar als we toch even mogen tegendenken: het is belangrijk om bij deze ambities het nabije en ook het heden niet te vergeten.

Begin dit jaar stelde onderzoeker Jona de Jong in Trouw terecht vast dat er een nieuwe zuil ontstaan is. Die van de hogeropgeleiden, namelijk. Uit zijn onderzoek, en dat van anderen, blijkt dat leden van deze groep vooral andere hogeropgeleiden tegenkomen met vaak ook nog eens precies dezelfde progressieve standpunten.

Van Reybrouck is niet alleen de aangewezen persoon om deze zuil te voeden, maar hij zou − getuige zijn CV − de komende jaren ook het denken kunnen helpen democratiseren. Zo stond hij eerder aan de basis van de G1000. Dat is een burgerberaad waar gelote burgers, overheid en werkgevers met elkaar overleggen en beslissen over belangrijke zaken in hun wijk, dorp, stad of land. Een dergelijk burgerberaad zou ook met filosofische gesprekken kunnen plaatsvinden. Zulke gesprekken worden stukken beter als niet alle deelnemers uit dezelfde kring afkomstig zijn.

Deze klus kan Van Reybrouck niet alleen klaren. Er ligt een taak voor iedereen die de publieksfilosofie een warm hart toedraagt om hem daarin te ondersteunen. Er is in elk geval weer een denker die hen hierbij kan inspireren.