‘Anti-wegkijkwet’ wordt steeds verder uitgekleed: ‘Europese Commissie moet zich schamen’

De anti-wegkijkwet voor maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt steeds verder uitgekleed. EU-voorzitter Polen wil uitstel vanwege de concurrentiepositie.
De EU-lidstaten zijn donderdag akkoord gegaan met uitstel van de grote anti-wegkijkwet die vorig jaar is aangenomen, en de rapportageplicht voor duurzaamheid die dit jaar zou ingaan.
Het is de volgende stap in de ontmanteling van twee Europese richtlijnen die grote bedrijven tot meer maatschappelijke verantwoordelijkheid hadden moeten dwingen. Met de Europese concurrentiepositie als belangrijkste argument zijn (centrum)rechtse politici en het bedrijfsleven eendrachtig bezig de voortgang van de afgelopen jaren terug te draaien.

‘De overeenkomst van vandaag is een eerste stap op ons beslissende pad om de bureaucratie te verminderen en de EU concurrerender te maken’, zei Adam Szłapka, de Poolse minister voor de Europese Unie donderdag. Polen is de huidige voorzitter van de EU en heeft vereenvoudiging van regelgeving tot een van de prioriteiten bestempeld.
Europese uitbuiting
Inhoudelijk dreigt met name de anti-wegkijkwet, die bedrijven verplicht om beter te weten waar hun spullen vandaan komen en onder welke omstandigheden die worden geproduceerd, sterk te worden uitgekleed. Nadat de Europese Commissie daartoe eind februari het startsein gaf, wordt nu overal in Europa aan deze revolutionaire richtlijn gemorreld, formeel CSDDD geheten, die vorig jaar nog met veel gejuich werd aangenomen.
Ook in Nederland is de stemming veranderd. Het kabinet nam deze week zo ongeveer alle suggesties van bedrijvenkoepel VNO-NCW over om de richtlijn af te zwakken. Tot vorig jaar had het ook oog voor andere belangen.
Daarmee lijkt een min of meer logisch eindpunt van de dekoloniale ontwikkeling – geen Europese uitbuiting meer van de bewoners en natuur van andere landen – een stip op een verre horizon te zijn geworden.
Het kostte twaalf jaar om zo ver te komen.