Opinie: Vergroot woonkansen in plaats van schaarste te blijven verdelen

Realiseer per extra woning voor statushouders drie woningen voor andere groepen. Zodat ook jongeren kunnen starten, ouderen kleiner kunnen wonen en de spoedzoeker er weer tussen komt. Van stoelendans naar woonkans dus.
Door gebrek aan een structurele aanpak gingen in de afgelopen jaren vele miljarden euro’s naar noodoplossingen voor opvang en huisvesting van woningzoekenden die extra aandacht verdienen. Maar met een stapeling aan tijdelijke woonvormen, doorstroomlocaties en extreem dure noodoplossingen zijn noch vluchtelingen, noch woningzoekenden geholpen. Er is een fundamenteel andere benadering nodig: meer betaalbare woningen voor iedereen.
Met steeds meer deelnemers en steeds minder stoelen een stoelendans doen? Niet gek dat steeds meer mensen verdringing ervaren.
Beter gebruik van de bestaande voorraad door woningdelen, splitsen, optoppen, transformatie en tijdelijke oplossingen kan daarbij helpen. Dat moet leiden tot een gebalanceerd aanbod van woningen, waarbij niemand meer voorrang heeft op iemand anders en statushouders sneller gaan meedoen in de samenleving.
Over de auteurs
Adriaan Visser is oud-wethouder van de gemeente Rotterdam. Martijn Balster is oud-wethouder van de gemeente Den Haag. Ger Peeters is oud-bestuursvoorzitter van Wonen Limburg.
Plannen
Begin oktober maakte het kabinet samen met Aedes (de vereniging van woningcorporaties) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) plannen bekendom statushouders en andere woningzoekenden via aanvullende woonvormen versneld te huisvesten.
Zonder twijfel is deze nieuwste ambitie van het kabinet en zijn partners een belangrijke stap. De oplossing zal echter niet worden gevonden in het steeds verder verdelen van de bestaande woningvoorraad en het realiseren van opnieuw tijdelijke oplossingen. Evenmin maakt dit de voorrangsregeling voor statushouders overbodig – al lijkt die voorrang steeds weer het urgente probleem in het politieke debat, zoals dit jaar bleek uit de door Mona Keijzer ingediende initiatiefwet om deze voorrang te schrappen.
Opheffing van de voorrang voor statushouders maakt de kans voor andere woningzoekenden in de stoelendans om een woning te krijgen wellicht iets groter, maar de doorstroom uit de azc’s en noodopvang stokt. Aedes en VNG hebben het mogelijke afschaffen van de voorrang voor statushouders als ontbindende voorwaarde opgenomen in de afspraken met het kabinet. Maar het echte probleem is dat steeds meer mensen een beroep doen op een steeds kleiner wordende sociale huurvoorraad.
Huurvoorraad
Naast statushouders (een relatief bescheiden groep in het totaal) neemt het aandeel woningzoekenden met urgentie fors toe; denk aan mantelzorgers, mensen die weer zelfstandig gaan wonen na verblijf in maatschappelijke opvang of beschermd wonen en vele anderen. Daarnaast worden wachtlijsten voor ‘normale’ woningzoekenden langer en langer, omdat de sociale huurvoorraad al jaren kleiner wordt.
Uit een recente publicatie van Johan Conijn, directeur van Finance Ideas, blijkt dat het aandeel sociale huur in de totale woonvoorraad tussen 2012 en 2025 met 2,5 procentpunt is gedaald. En uitcijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek komt naar voren dat in diezelfde periode in 106 gemeenten, waaronder de grootste steden, het absolute aantal corporatiewoningen is gedaald.
Mensen komen er gewoonweg niet meer tussen, met alle gevolgen van dien. En dat niet dankzij, maar ondanks de statushoudersopgave.
Met steeds meer deelnemers en steeds minder stoelen een stoelendans doen? Niet gek dat steeds meer mensen verdringing ervaren.
Vooruit kijken
Wij denken dat het anders kan. Door woonkansen te vergroten in plaats van schaarste te blijven verdelen. Door verder vooruit te kijken en de huisvesting van statushouders als onderdeel te zien van de schaarste aan woonruimte in het algemeen. En dáár te starten.
Het afgelopen halfjaar spraken we als ‘kwartiermakers versnelling huisvesting statushouders’ met gemeenten, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties om te komen tot een langetermijnperspectief: hoe de achterstanden bij het huisvesten van statushouders in te lopen zonder de woonkansen van anderen te verkleinen. Onze conclusie: méér in plaats van minder sociale huurwoningen, voor álle groepen.
De sociale huurvoorraad zal na jaren van afname fors moeten groeien.
De praktijk laat zien dat zondebokargumenten en verdringingsgevoelens als sneeuw voor de zon verdwijnen als je dat doet – we zagen dat al in een aantal gemeenten zoals Haarlem, Nijkerk, Roerdalen en Kampen. Een mooi voorbeeld is Oude Pekela, waar het door de grote woningnood en politieke polarisatie niet eenvoudig was om huisvesting voor statushouders te organiseren.
Vanuit de overtuiging dat je extra woningen kunt realiseren door je nek uit te steken voor eigen inwoners, ook in omliggende gemeenten, is de gemeente aan de slag gegaan. In de nieuwe woonwijk in Oude Pekela is, naast woningen voor statushouders, de helft voor lokale spoedzoekers bestemd. Van kritisch is de sfeer in de gemeente omgeslagen naar positief.
Ons concrete voorstel is: realiseer per extra woning voor statushouders er drie voor andere groepen. Zodat ook jongeren kunnen starten, ouderen kleiner kunnen wonen en de spoedzoeker er weer tussen komt. Van stoelendans naar woonkans dus. Voor iedereen.
Fabriekswoningen
In ons rapport adviseren we om vanaf vandaag werk te maken van 20 duizend extra fabriekswoningen in drie jaar tijd. Sociale huurwoningen die snel te realiseren zijn, van hoge kwaliteit zijn en minimaal 50 jaar mee kunnen. We bestemmen een kwart daarvan voor statushouders en werken daarmee de complete achterstand weg, waardoor we minder kwijt zijn aan extreem dure opvang. Daardoor ontstaat ruimte in de bestaande azc’s en komt er lucht in de gespannen discussie over de Spreidingswet.
Bovendien bouwen we voor alle andere woningzoekenden, met of zonder urgentie. Met intussen ruim 2,4 miljard euro die jaarlijks wegvloeit naar de noodopvang, is het financiële plaatje snel te tekenen, als de wil er is. Een deel van dat geld kan via een investeringsfonds, in samenwerking tussen COA, gemeenten en corporaties, jaarlijks worden geïnvesteerd in structurele huisvesting. Dat is sneller en voordeliger voor álle woningzoekenden, zodat de woonkans van de een niet ten koste gaat van die van de ander.
De sociale huurvoorraad zal na jaren van afname fors moeten groeien. Niet langer vooral noodverbanden aanleggen, maar weer volkshuisvesting bedrijven. Anders komen we nooit uit de crisissfeer. Mensen komen er gewoonweg niet meer tussen, met alle gevolgen van dien. En dat niet dankzij, maar ondanks de statushoudersopgave.